Verdieping

Kruisweg

Ruben Hofma over Kruisweg, 26 mei 2013

 

De ik-figuur in de dichtbundel Kruisweg van Liter-redacteur Hilde Bosma lijdt en minimaliseert vanuit die positie het lijden van Jezus. De spreker maakt hem klein, met een bewustzijn; Jezus is al in de hemel. Hij hoeft niet meer te lijden. De onvriendelijke taal is echter niet gemeend en niet van lange duur;…

Lees meer

Wim Dekker - jaargang 10, Liter 50, juni 2006

 

Bij Louis Couperus (1863-1923), Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan (1906)

 

‘Het noodlot in de niet-historische romans van Couperus’, zo luidde de titel van mijn specialisatie voor het mondeling examen Nederlands op de middelbare school. Als zeventien- en achttienjarige scholier verslond ik zijn ‘Haagsche’ romans. Geheel onzinnig was dat thema niet. Het noodlotsthema ligt er in de meeste romans duimendik bovenop. Couperus’ romans worden bevolkt door mannen en vrouwen die niet doen wat zij willen. Het burgerlijke Haagse milieu waartoe zij, behalve in De stille kracht, behoren, beteugelt weliswaar de razernij van het driftige bloed, maar is tegelijkertijd de aanjager van het woest kloppende hart. Minutieus brengt Louis Couperus in kaart hoe mensen heen en weer geslingerd worden tussen begeerte en rationele of burgerlijke zelfbeheersing. Als lezer voel je vanaf de eerste bladzijde dat het een tragische strijd is. Het noodlot hangt zwaar boven het verhaal. Het gaat mis of het is alreeds mis gegaan. Begeerte, drift, veelal erotisch en soms ook homoseksueel getint, is sterker dan de burgerlijke moraal toestaat.…

Lees meer

Hilde Bosma - jaargang 10, Liter 50, juni 2006

 

DÉSOLÉE

 

Ik bid omdat ik een pyjama draag.
Ik knijp mijn ogen dicht. Mijn handen liggen
vrijwel symmetrisch op mijn middenrif.
Ik plaats mijn voeten strak tegen elkaar


en ik bedenk wat ik zou moeten vragen.
Ik ben een vrouw dus ik ben dubbel vies.
Ik ben niet mooi. Ik kijk niet altijd lief.
Dat van die…

Lees meer

Gerda van de Haar - jaargang 10, Liter 50, juni 2006

 

Inleiding

 

Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer.


Genesis 4:7


There’s nothing the Crucified
would like less
than butchery to appease Him.


W.H. Auden, ‘Archeology’ (vgl. Liter 48)

 

Het idee om een thema-editie van Liter te wijden aan schuld komt van redacteur Henk Knol. Hij was aan het denken gezet door een essay van Hans Ester in Liter 32 (juni 2004) onder de titel ‘Wat bijna verdwenen is. Schuld, straf en vergeving in enkele literaire werken’. In dat artikel beschrijft Ester hoe het begrip schuld binnen de plot van romans in de loop der jaren van gedaante lijkt te wisselen. Hij schetst een ontwikkeling waarin schuld zich achtereenvolgens voordoet als schuld tegenover God of een door hem gegeven ordening in Der Nachsommer (1857) van Adalbert Stifter, als sociale schuld in Gottfried Kellers Der grüne Heinrich (1854/1880), als schuld ten opzichte van de eigen innerlijke wet in Effi Briest (1895) van Theodor Fontane en ten slotte als algehele, maar ondefinieerbare schuld bij Kafka’s Josef K. (1925). Ester pleit ervoor in contact te blijven met vroeger algemeen gangbare invullingen van het begrip schuld, zoals schuld ten opzichte van God en schuld ten opzichte van een sociale ordening. Inspirerend is hoe hij daarvoor aansluit bij een karakterisering van onze cultuur als een ‘museale cultuur’ (Andreas Huyssen): een cultuur die in vele, vele musea haar verleden conserveert maar geenszins levend houdt. Altaarstukken moeten hun werk doen in het neutrale museum en vragen die de literatuur van het verleden ons stelt ontwijken we door ze in de verleden tijd te zetten. Zo maken we historische kunstwerken gemakkelijk monddood, is de strekking van Esters betoog.…

Lees meer

Burger van Nijstad

Zes monologen

 

Hans Werkman - jaargang 13, Liter 57, maart 2010

 

Toelichting

In de tentoonstellingshal van het Historisch Centrum Overijssel te Zwolle was van 15 oktober 2009 tot 5 februari 2010 een merkwaardige dubbelexpositie te zien. Literatuurhistorie en stadsontwikkeling waren bij elkaar gebracht. Het leek vreemder dan het was, het klikte heel goed in elkaar. Hoofdonderwerp was de geschiedenis van de Zwolse wijk Diezerpoort. Hier woonde de romanschrijver J. K. van Eerbeek (pseudoniem van Meindert Boss) zijn hele leven (1898-1937). Hij gebruikte de wijk als decor voor wat hij schreef. Wat lag meer voor de hand dan hem tijdelijk tot leven te wekken en hem te laten vertellen over zijn wijk?…

Lees meer