Verdieping

Gedichten die niemand pijn doen

Teunis Bunt over Dat is wij, 1 juli 2013

 

Het kan soms flink mis gaan in een relatie. Herman Leenders schreef er ooit een roman over: De echtbreukeling. Ook in Dat is wij, zijn nieuwe dichtbundel, is het leven van man en vrouw bepaald geen feest. De gehele eerste afdeling (‘Onchristelijke gedachten’) is eraan gewijd. 

 

 

Tussen de gelieven is er…

Lees meer

In onze ogen fonkelt de onsterfelijke ziel

Teunis Bunt over Tempel, 29 juni 2013

 

Tien jaar lang verscheen er geen bundel van Mustafa Stitou. En nu is er Tempel. Daar moet lang aan gebeiteld en geschaafd zijn. 

 

 

Bijna aan het eind van de bundel staat het gedicht ‘Beginselen’, dat Stitou schreef toen hij stadsdichter van Amsterdam was, op uitnodiging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.…

Lees meer

Oeverloze verwondering

Ruben Hofma over Jaja de oerknal, 11 juni 2013

 

Tien jaar geleden verscheen haar debuutbundel Twee zonnen. Dit jaar is het tijd voor een andere galactische titel, Jaja de oerknal. ‘Jaja’ kun je op verschillende manieren opvatten, kies uit: “Ik weet hoe het verhaal gaat dus zwijg nou maar”, “Ik weet hoe het verhaal gaat maar ik geloof het niet” of simpelweg een zucht van verwondering die geen begrip biedt.

 

 

Maria Barnas schreef de titelwoorden waarschijnlijk vooral vanuit onbegrensde verwondering. Dat is trouwens al langer haar specialiteit. In een interview dat verscheen in Poëziekrant nummer één van 2006, zegt Barnas dat ze helemaal niets zeker weet. “De werkelijkheid is voor mij per definitie raadselachtig.”…

Lees meer

door Ruben Hofma, 10 juni 2013

 

Uit de boekenkast:

Charlotte Salomon. Auteurs: Charlotte Salomon en een inleiding van Judith Herzberg. Uitgeverij: Gary Schwartz, 1981.

 

Wanneer las je het boek voor het eerst?

Toen ik dertien of veertien was. Ik bekeek en las het boek bij een vriendinnetje, nadat ik bij haar de film Charlotte had gezien van regisseur Frans Weisz. Het is Charlottes levenswerk in boekvorm, met bijna alle tekeningen en gouaches. De film maakte die indruk op me dat ik het werk meteen wilde zien en er in wilde verdwalen en verdrinken. En nog steeds kan het werk me zó ongelofelijk aangrijpen. Ik vind het een van de mooiste dingen die bestaan. Niet voor niets keren elementen uit Charlottes werk als motief terug in mijn werk, zeker in Stille Zaterdag.…

Lees meer

Alle antwoorden even goed

Menno van der Beek over Het huis woont in mij,

3 juni 2013

 

Het decembernummer van de papieren Liter  had drie gedichten van Swanborn, voor zover ik weet toen nog voorgesorteerd voor de hier besproken bundel, maar twee daarvan zijn afgevallen, alleen Bij het schillen van een peer heeft het gered tot de bundel. Zoals de 'Verantwoording' zegt,  'een aantal gedichten verscheen in een eerdere versie in [..]', (volgt een rij tijdschriften).  Swanborn is tot laat in de selectie blijven schuiven en knippen. Geen dichter van alleen de geniale invallen in de kroeg, dus, schat ik zo, genoteerd op een viltje, in een slordige envelop naar de uitgever gestuurd, die er dan een bundel van brouwt. Hier is serieus aan gewerkt. Een reisbeurs aangevraagd, in Annaghhmakerrig in Ierland gaan zitten, op kosten van het ministerie en de gemeente Rotterdam, begrijp ik, alweer uit de verantwoording, en daarna nog de puntjes op de i gezet in Bergen in het A. Roland Holst huis, in alle rust. Enige jaloezie onder andere Rotterdamse dichters, die hun verzen bij een kaal peertje thuis aan een gammele tafel in de kleine uurtjes na een dag geestdodend zwoegen voor het militair-industrieel complex moeten concipiëren en verfijnen is niet uit te sluiten.

 

 

Maar: het was geen weggegooid geld. Het werk aan de teksten is goed te merken. Het is vreemde onnadrukkelijke, en toch gelijk dwingende poëzie. Ik kreeg lezende de bundel het idee, dat waar sommigen hun leven lang niet van de dwang van het sonnet af komen, hier misschien iets omgekeerds aan de gang is geweest: de overgave aan de klassieke vorm werd met zorg vermeden. De vaste vorm, het rijmschema, ik denk dat deze dichter er moeiteloos mee weg zou komen, zonder geforceerd of gezocht te gaan klinken. De woorden zijn duidelijk op hun plaats gedwongen, al wordt er nergens met de metronoom gewerkt en is rijm zeldzaam en van de heel voorzichtige soort. En hij heeft ook een voorkeur voor drie en vier-regelige strofen, wat de gedichten ondanks de vormvrijheid een rustig en natuurlijk uiterlijk geeft. Rijmloze sonnetfragmenten, een nieuwe vorm, door Swanborn meesterlijk benut. Een voorbeeld, ter illustratie:…

Lees meer