door Ruben Hofma, 5 december 2016

 

Zeldzaam is het dat een dichtbundel uitgegeven wordt met als voorplat een foto van de dichter zelf. De Vlaming Michaël Vandebril durft het met zijn tweede dichtbundel, New Romantics (zie hier de trailer). Veelbetekenend en -bepalend is het voorplat ook. Het is geen arrogantie, het is een serieus spel. Vandebril poseert als dandy met pruik op en pak aan, in zijn hand een dun, rood boekje en met één been dat gekromd staat alsof de dichter in de spiegel onderzoekt hoe hij er uitziet met die pantalon aan óf alsof hij weg wil lopen uit de klassiek aangeklede kamer waarin hij is gezet; speels, wat overdreven maar met een kern van verlangen en dus met een kern van ernst. Zo’n voorplat is een efficiënt gebruik van ruimte en een niet te missen aankondiging van de poëzie, sfeer en boodschap in deze muzikale bundel.

 

 

Want muzikaal is deze bundel allermeest. Afgezien van het rijm en ritme waaraan de gedichten zijn gehouden, is New Romantics voorzien van handige ‘Liner notes’, zo noemt Vandebril zijn aantekeningen achterin de bundel, waarmee hij verwijst naar de teksten op lp-hoezen. Onder de liner notes zijn verklaringen, inspiratiebronnen en suggesties te vinden, waarvan de boeiendste de instrumentele soundtracks zijn (van Simple Minds, Roxy Music, David Bowie, Kraftwerk, enzovoorts) die Vandebril adviseert om in te zetten tijdens het lezen van zijn gedichten in de afdeling ‘New Romantics’, ook de verzamelnaam voor die bands.

 

Helaas zijn het dure rechtenkwesties als je gedichten op bestaande muziek wilt inspreken en publiceren, maar de manier van Vandebril voldoet. Hij had wat meer vrijheid mogen nemen door zijn gedichten zonder muziek in te spreken op een cd of op audioplatform Soundcloud, aangezien hij in New Romantics met de verwijzing naar die liedjes zichzelf in een zanger heeft veranderd. Ik heb een optreden van deze poëziezanger meegemaakt tijdens de knusse Avond van de Poëzie in Groede (in Zeeland, jaarlijks in juni), waar hij de muziek waagde te draaien en te voorzien van zijn stem en tekst. Dat klinkt een beetje zoals in dit filmpje van Swoon, maar melodischer. Vandebrils stem neemt je in een houdgreep en zijn woorden vormen een tijdelijke, wonderlijke wereld waar je niet aan ontsnappen kunt.

 

Een aparte ervaring is het des te meer omdat het weinig voorkomt dat een dichter bij zijn dichtbundel zo uitdrukkelijk muziek betrekt. Poëzie van hedendaagse dichters lijkt steeds vaker minder geschikt voor gebruik als liedtekst, een ontwikkeling die zich natuurlijk al decennia uitrolt. Wat mij betreft is dat betreurenswaardig. Het is veelzeggend dat Vandebril op de achterflap stelt: ‘Poëzie zal romantisch zijn of zal niet zijn’. Hoewel het ietwat gespeeld dramatisch en overdreven is, gelijk het omslagbeeld, is die stelling ernstig en urgent, want als de romantiek uit de poëzie verdwijnt, is de poëzie er dus geweest. Blijkbaar houdt Vandebril daar rekening mee (en als hij dat doet, ook anderen, iemand staat nooit alleen), anders hoeft de poseur de stelling niet te poneren. New Romantics is een voorbeeld van wat we kunnen verliezen, wat we ons niet moeten laten ontvallen.

 

De gedichten in New Romantics bevatten niet altijd indrukwekkende inhoud, zoals ‘Refrein voor een stad’, waarin Vandebril ‘hoog boven de tuinen’ leeft en ‘straten van geluk’ ziet. Het is een eenvoudige ode aan, waarschijnlijk, Antwerpen, waar Vandebril zich als organisator volop inzet voor poëzie. Het gedicht stikt, zoals in de rest van de bundel, van de beeldspraak, wat prettig is met de abstractie van een instrumenteel liedje op de achtergrond. Vooral moet het gedicht het hebben van de klankherhalingen, inderdaad refreinmatig, en dat klinkt fantastisch: ‘[glijd ik] met de snelheid van een luipaard / langs warme natte tuinen waarin stenen // pauwen en paden zich als draden / gedragen van een cocon // langzaam opgegeten door struiken / en kruinen en het tergend trage // zwellen van schelpen in het vijverwater’, regels die hierna nog tweemaal herhaald worden maar met hier en daar andere bewoordingen en dezelfde klanken.

 

Bij romantiek horen de liefde, het gevoel en de natuur. Deze zijn mooi verwerkt in ‘Overvloed’, waarin een formulering als ‘verstrooide’ er dik bovenop ligt, maar binnen de voor- en achterplat van dandyeske overdrijvingen en dramatiek is het niet te bont, juist passend. Origineel is het niet, net als de vissen als ogen van de zee. Vandebril schrijft zelf al ergens: ‘licht overal waar we komen is een dichter / ons voor geweest’, waarin meteen een verwijzing naar Licht overal, een dichtbundel van Cees Nooteboom. Maar is ‘Overvloed’ mooi? Ja, geen twijfel. Het is een toonbeeld van een romantisch gedicht, inclusief typische toespelingen op eindeloosheid en twee-eenheid in de liefde, met het nodige gewas en gebruis terugkomend in het verdwijnen, de overvloed en de omarming. Dat alles verdeeld over tweeregelige strofen die elkaar aaneenrijgen met rijm (dat niet gezocht overkomt) en goed enjambement. Dit is mooie poëzie.

 

Overvloed

Lees gedicht

Overvloed

 

laat me het geheugen van een strand

dat iedere dag onze sporen wist

 

we verdwijnen in het verstrooide zand

als lopen we over water de lage wind

 

in het gezicht ik ben niet bang te zinken,

gooi mijn ring in het schuim en word een vis

 

vissen zijn de ogen van de zee die jij drinkt

en die wassend mijn land overspoelt ik gis

 

de lege schelpen de verschoten kuit

die je achterliet de willekeur

 

van je overvloed jouw bronzen huid

wordt transparant als ik nader je geur

 

rolt als een zilte baar naar me toe ik sta

bruisend op voor ik in omarmen overga

 

De meeste andere gedichten in New Romantics zijn qua vorm niet zoveel anders dan ‘Overvloed’. Vandebril hanteert met name het distichon, gebruikt veel beeldspraak – intrigerend in bijvoorbeeld: ‘in de spiegel ben ik dichter / dan in werkelijkheid’ – en rijm en dwingt met enjambement de lezer tot het einde door te gaan.

 

Dat enjambement veroorzaakt hier en daar wel nadrukkelijkheden die dat beter niet waren geworden. Nodeloos doet echter de afdeling ‘Gedichtengroei’ aan die, hoewel het te beleven is als een pauze in de verder meestal uptempo bundel, bestaat uit losse flarden notities die niet de samenhang met elkaar aangaan, en waaruit de andere gedichten gegroeid lijken. Hopelijk laat Vandebril meer van deze aantekeningen uitgroeien tot gedichten voor een volgende romantische bundel, die wellicht beter afgewogen is maar net zo muzikaal, en net als New Romantics aantoont dat de romantische poëzie nog lang niet op en over is.

 

Michaël Vandebril, New Romantics. Polis, Antwerpen 2016, 64 blz., €19,95.

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter