door Len Borgdorff, 21 november 2016

 

Leonard Cohen is dood. Het nieuws drong maar moeizaam tot me door, omdat ik onder de douche stond. Ik vroeg me zelfs nog af of ik wel goed verstond wat de radio me wilde vertellen. Intussen zit ik nu al een paar dagen tegen dit stukje aan te hikken: er is al zoveel dood in de poëzie en als ik me dan ook nog met het dood zijn van dichters ga bezig houden, en verreweg de meeste zijn dood, en als ik dat ook nog doe in november, die ook wel slachtmaand wordt genoemd, en dat na Allerheiligen en dito zielen, dan wordt het wel een heel naargeestige aangelegenheid allemaal in die stukjes van me. ‘Altijd slachtmaand en altijd lijken, ’t is altijd narigheid bij mij.’ Nee, met Bloem zou ik deze maand al helemaal niets doen.

 

Maar het was wel Cohen. Om mijn goede wil te tonen heb ik de afgelopen dagen zitten lezen in Poems 1956 – 1968. Die kocht ik in Londen, weet ik nog, in augustus 1970. Toen was het nog zomer en iedereen was jong. Na mijn geblader denk ik weliswaar een paar verstandige dingen over de gedichten te kunnen zeggen die in het bundeltje te vinden zijn, maar als ik iets verstandigs over poëzie ga zeggen, betekent dat vaak dat ik er niet echt door geraakt ben. Het spijt me voor Cohen. Tijdens dit getob speelt regelmatig de retorische vraag door mijn hoofd ‘but you don’t really care for music, do you?’ En achter de computer betrap ik me erop dat ik naar uitvoeringen van ‘Like a bird on the wire’ zit te zoeken. In het boekje kom ik Cohen niet erg tegen, maar in mijn hoofd zit hij relaxed te zingen en blijven regels haken als ‘a worm on a hook.’

 

Like a bird on the wire

Lees gedicht

Like a bird on the wire

 

Like a bird on the wire
Like a drunk in a midnight choir
I have tried in my way to be free

Like a worm on a hook
Like a knight from some old-fashioned book
I have saved all my ribbons for thee
If I, if I have been unkind
I hope that you can just let it go by
If I, if I have been untrue
I hope you know it was never to you

 

For like a baby, stillborn
Like a beast with his horn
I have torn everyone who reached out for me
But I swear by this song
And by all that I have done wrong
I will make it all up to thee

 

I saw a beggar leaning on his wooden crutch
He said to me, "you must not ask for so much"
And a pretty woman leaning in her darkened door
She cried to me, "hey, why not ask for more?"
Oh, like a bird on the wire
Like a drunk in a midnight choir
I have tried in my way to be free

 

Onze verhuizing naar een ander deel van het dorp, ergens in de jaren vijftig, betekende dat mijn ouders en oudere zussen en broers wat verder weg kwamen te wonen van het sociale epicentrum van hun bestaan tot dan toe. Ik was nog te klein om al vriendjes te hebben, maar werd wel vaak door een ander gezinslid meegesleept langs de weg die de punten a en b van hun leven verbond. Die weg noemden we De Ma. En daarlangs stonden telefoonpalen met draden waarop je regelmatig een vogel zag zitten. The first bird on a wire I ever spotted, zat ongetwijfeld op een draad langs De Ma en altijd weer keek ik of er een vogeltje was.

 

Dit voorjaar zat ik ergens in Toscane te kijken naar zwaluwen. Eentje ging er op de draad zitten die boven de olijfbomen was gespannen. Dat deed hij zo regelmatig en zo dichtbij dat ik het gevoel kreeg dat hij dat voor mij deed. Als ik dit schrijf, zingt Cohen ‘you got me singing like a prisoner in a jail’ en ‘you got me singing even though the world has gone.’ Hij zingt en hij is weg.

 

De vogel is gevlogen weg en paal en draad langs De Ma zijn uitgeroeid.

 

Leonard Cohen, Poems 1956 – 1968, Jonathan Cape, London 19704

Leonard Cohen, Various positions, 194

Leonard Cohen, Songs from a room, 1968

Leonard Cohen, Popular Problems, 2014

Submit to FacebookSubmit to Twitter