door Stefan van Dierendonck, 6 november 2016

 

Ik kan er niet omheen, deze dagen. Ik ben bang voor Trump, voor zijn overwinning aanstaande dinsdag. Het zou zomaar kunnen, vertellen de media mij. Hij zou zomaar de zwarte schaduw van Obama kunnen worden. Geen wonder dat mijn angst alsmaar toeneemt. De man met het eeuwige gouden haar. De zilveren manchetten uit de mouwen van zijn dure pakken. De bloedrode stropdas. Zijn onderlip is die van een brulkikker die het vijvertje terroriseert, zijn stem die van een hond, die je ’s nachts uit je slaap houdt. De mastiff van de buren bijvoorbeeld, zo-een waar je zoon midden in de nacht wakker van wordt, eentje waar hij mee ontwaakt, met dezelfde grote ogen: ‘woef woef’. Hoe bezweer je die angst?

 

Heel eenvoudig: je grijpt eens in je boekenkast. Een willekeurig boek sla je open - het hoeft niet eens de Schrift te zijn - om troost te vinden. Inspiratie. De meest heldere spiegel. Het mag zelfs een obscure uitgave van de hand van Woody Allen zijn, een onwaarschijnlijke auteur, ik weet het, maar wellicht de volgende Nobelprijswinnaar voor Literatuur. Niets is onmogelijk, tegenwoordig. Ja, maar kan een stoommachine dat ook? (Amsterdam: Bert Bakker, 1981) Begin daar maar, op bladzijde 55. Graaf Dracula.

 

Woody begint omineus, zoals het hoort: ‘Ergens in Transsylvanië ligt Dracula, het monster, te slapen in zijn doodskist, wachtend op het vallen van de nacht. Daar blootstelling aan het zonlicht zijn wisse ondergang zou betekenen houdt hij zich schuil in de met satijn beklede sarcofaag waarop zijn familienaam in zilveren letters prijkt. Dan is het uur der duisternis aangebroken en door een wonderbaarlijk instinct gedreven verrijst de boze demon uit zijn veilig schuilhol en gaat hij, in de afzichtelijke gedaante van een vleermuis of wolf, op rooftocht in de omgeving om het bloed van zijn slachtoffers te drinken.’ Ja, dacht ik, toen ik het las, dit gaat precies over Trump, en heus niet omdat alles tegenwoordig over Trump gaat. Woody Allen is een profeet.

 

De rest van het verhaal, dat heus nog grappig wordt en zelfs hilarisch eindigt, ga ik hier niet verklappen. Dat zou Woody niet leuk vinden, denk ik. Hij zou liever hebben dat je het leest en de mentale gordijnen opzij schuift, zodat het volle zonlicht op zijn fictionele Graaf valt, die wellicht - ik beloof niets - een gil geeft en langzaam vergaat tot een skelet en dan tot stof, voor het oog van alle aanwezigen. Iedereen weer vier jaar tevreden, behalve de bakkersvrouw, die zich naar het hoopje witte as keert en vraagt: ‘Gaat het etentje van vanavond nou niet door?’

Submit to FacebookSubmit to Twitter