door Stephan Sanders, 19 september

 

De echo van de heldere afgrond van Wiman

 

‘Ik heb de pijn van ongeloof nooit gevoeld, tot ik begon te geloven.’

 

Wil ik in het water zwemmen of op het droge staan? Kies ik voor vaste grond onder de voeten of juist onbekommerd dobberen? Die twee leken elkaar uit te sluiten, kennelijk had ik het moerasachtige over het hoofd gezien.

‘[…] tot ik begon te geloven’, schrijft Wiman, en ik weet nu dat aan dat Begin geen einde komt,  dat het geloof niet af is, maar iedere keer opnieuw  moet worden waargemaakt.

Een andere voorstelling van het geloof: als een turn key-appartement, zoals het heet, waarin alles op de juiste plaats staat, je kan er zo in trekken, alleen wat verse bloemen om het eigen te maken. Zo, dat is nu mijn huis.

Maar juist wanneer je de eerste keer knielt of bidt is er die honende stem. Alle bezwaren van ongelovigen weergalmen in je hoofd, het is bepaald niet zo dat de gelovige verrast wordt door de atheïstische kritiek. Die heeft hij uit en te na doorgenomen, alle mogelijke tegenwerpingen, stuk voor stuk – even dwangmatig als een katholiek de rozenkrans afwerkt, zegt de spotter.

En dan begint iemand zich gelovig te noemen, en soms is er even vaste grond, soms weidsheid en water, maar dat kant-en-klare appartement. Nooit gezien.

Wel een bouwval, ‘een opknappertje’, ergens op een verwaarloosd drassig terrein.

En wat je nooit had bedacht: dat je juist dat krotje wilt behoeden.

 

Stephan Sanders is schrijver, presentator en radiomaker. Hij is columnist voor Vrij Nederland en publiceert in De Groene Amsterdammer, De Volkskrant en in Trouw.

Submit to FacebookSubmit to Twitter