De echo van de heldere afgrond van Wiman

 

door Annelies Verbeke, 12 juli 2016

 

Christian Wiman is een vooraanstaand Amerikaans dichter, was lange tijd hoofdredacteur van het toonaangevende tijdschrift Poetry en doceert letterkunde en religie in Yale. In zijn boek My bright abyss vraagt hij zich af wat geloof voor hem betekent. Daarbij spelen zijn dichterschap en kennis van de literatuur een belangrijke rol, maar ook een sluipende vorm van kanker die hem al jaren in zijn greep houdt.
Willem Jan Otten vertaalde het boek met als titel Mijn heldere afgrond. Het boek is juichend ontvangen. Tijdens zijn vertaalwerk noteerde Otten vele citaten van Wiman in een notitieboek, omdat hij die zo bijzonder vond. Liter heeft die citaten gekregen en nodigt onder anderen schrijvers, wetenschappers en theologen uit om op een citaat van Wiman te reageren.

 

'Ik zou  moeten bidden dat het mijn onrust gegeven worde zich in vrede te uiten, dat ik het middel zij voor een vrede die ik zelf niet ervaar.'

 

Dit lijkt me een definitie van literair schrijven, de wens waarmee ik 's avonds inslaap en 's ochtends achter het scherm ga zitten: laat mij goed schrijven. Niets verschaft me dit soort voldoening: hoogst persoonlijk maar net daardoor het mij omgevende aanrakend, de chaos ordenend en daardoor vrede vindend. Uiteraard hoort daar een inspanning bij - meestal gaat het moeizaam - en is de nodige confrontatie met persoonlijke demonen lang niet altijd aangenaam. 


Toch ervaar ik het schrijven als een vorm van mediteren, van bidden, zo men wil. Alleen al hoe het de tijd wegvaagt. Wel is het als intens proces misschien complexer: je schept door associatie, confrontatie, afbraak soms.  En telkens als je klaar bent met een boek, en de vrede dus even hebt aangeraakt, ben je ook weer aanbeland bij het punt waarop je ze weer kwijtraakt: wat je hebt gemaakt is nu van alle mensen, gaat op in de lucht. 


Nergens is dit hemelse streven en teruggeworpen worden van de artiest zo mooi verbeeld als in de laatste sequentie van de film Andrej Roebljov van Andrej Tarkovski. Hoe de camera samen met het geluid van de klok de lucht in gaat en de jonge klokkenmaker, die alles heeft gegeven, op zijn knieën achterlaat tussen de vele mensen die zijn komen toestromen. De volgende scène ligt hij huilend tegen Andrej Roebljov aan, die hem troost en zegt dat hij het zo goed heeft gedaan, maar dat het altijd enkel een aanraken zal zijn, daarna begint het weer opnieuw.

Submit to FacebookSubmit to Twitter