door Len Borgdorff, 1 juli 2016

 

De titel van elk stukje in deze serie is een citaat uit een gedicht. Daarmee gaat Len Borgdorff vervolgens vrijelijk aan de slag.

 

Omdat het ondanks de zomer regent buiten, is de keuken omgetoverd tot strand. Er liggen baklakens en er staat een teiltje water, dat is de zee. Klaas is meer van de auto’s en de garage, maar de verleiding van het strand is hem te groot. Daar is zijn zusje al bezig om de poppen hardhandig zwemklaar te maken.

Gelukkig is Ken, de minnaar van de befaamde Barbie, nog helemaal aangekleed en zo kan hij niet de zee in. Dat ziet Klaas onmiddellijk. Hij ontfermt zich over Ken en houdt er bij het uitkleden geen rekening mee dat die al tientallen jaren meegaat. Hij mag er jeugdig uitzien, Ken, maar ik weet dat zijn kop bijna volledig van de romp gescheurd is. Ik neem het risico en blijf van een afstandje zwijgend kijken. Van de natte keukenvloer zeg ik ook maar niets meer. Laat ook de zee zijn eigen woeste gang maar gaan.

Naast me op de bank ligt een prentenboek, op het tafeltje voor me staat het verlaten vissenspel, halverwege bank en de keuken die nu strand is, maar ook paviljoen waar je ijsjes kunt kopen, zie ik de garage en die nog steeds indrukwekkende brandweerwagen.

De kinderen, van twee en van vier, noemen elkaar Pappa en Mamma.

 

Dat moet Vondel dus ook regelmatig gedaan hebben: kijken en luisteren naar kinderen spelende kinderen.

 

Of speelde met de pop,
Het voorspel van de dagen,
Die d’eerste vreught verjagen.

 

Vondel somt in ‘Uitvaert van mijn dochterken’  alle mogelijke spelletjes op waaraan zijn dochtertje Saartje zich overgaf, voor zij overleed. Acht jaar was ze toen. Ik kende het gedicht uit mijn hoofd en zei het ooit op voor een klas, maar halverwege kapte ik het af met ‘en zo verder en zo voort.’ Niet omdat ik de tekst kwijt was, maar omdat het gedicht te dicht bij mijn eigen angsten kwam.

 

‘En dan ging jij hem leren zwemmen,’ zegt Liesje.

‘Oké,’ reageert Klaas. ‘Okidoki.’

Ik moet kijken, blijven kijken, en niets zeggen. Zolang als dit maar kan. Ook namens Vondel.

 

Joost van den Vondel, Uitvaert van mijn dochterken, 1633. Tekst via DBNL te lezen. 

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter