door Gerda van de Haar, 30 november 2013

 

Oek de Jong was in 2010/11 gastschrijver van Liter. In dit essay buigt Gerda van de Haar zich over de vraag wat er religieus en mystiek gezien in het werk van Oek de Jong aan de hand is. 

 

Lees essay

Mystiek bij Oek de Jong

 

Wat gebeurt er, religieus gezien, in het werk van Oek de Jong? Die vraag houdt Liter al enige tijd bezig. In 2010/11 was hij onze gastschrijver. We interviewden hem, hij publiceerde een essay over de Middeleeuwse mysticus Eckhart, we konden een mooi fragment uit de later te verschijnen roman Pier en oceaan plaatsen en een aantal redacteuren deed persoonlijk verslag van herlezing van steeds een ander item uit zijn oeuvre. Daarnaast voerden Len Borgdorff en ik tweemaal voor geïnteresseerd publiek een gesprek met de auteur over de spirituele, zo niet mystieke kant van Pier en oceaan en ander werk, laatstelijk op 17 oktober 2013

 

Alles bijeen leverde dat een beeld op van een schrijver die aan de ene kant geloofsverlies met een veelheid aan beelden documenteert en voluit invoelbaar maakt, maar aan de andere kant geen gelegenheid voorbij laat gaan om zijn hoofdpersonage momenten van religieus verlangen en spirituele ontvankelijkheid te laten beleven. ‘Heidendom’, oordeelde Tjerk de Reus over laatstgenoemd verschijnsel in wat je een Barthiaans getinte kritiek zou kunnen noemen in het Reformatorisch Dagblad; te vaag en te veel een viering van het aardse om ooit nog tot een tegenover te kunnen komen of wat van gene zijde te vernemen (mijn samenvatting). Toch is het overtuigend en herkenbaar spiritueel gevoelig werk, vind ik, met zintuiglijke ervaringen die nooit langs de ziel heen gaan; tegelijk beweegt het ook vaak buiten het christendom om en is het deels mogelijk te dionysisch om zomaar mystiek te kunnen heten. Bevindelijk, heeft Willem Jan Otten wel eens gezegd.

 

Op maandag 11 november 2013 was er bij Filosofie en Religiewetenschappen aan Universiteit Utrecht een symposium over levensbeschouwelijke aspecten van het werk van Oek de Jong. Onder het motto ‘Terug naar een naaktheid’ voerden zeker acht sprekers het woord, de schrijver niet meegerekend. Zelden zoveel goede bijdragen op rij gehoord. Het verschijnsel mystiek kwam volop aan bod.


Filosoof en dichter Renée van Riessen besprak De inktvis (1993), waarin twee novellen zijn gebundeld: het titelverhaal en ‘De geit’. Destijds zagen recensenten daar mystieke trekken in, die ze vervolgens veelal afwezen. Dat zal gekomen zijn doordat Oek de Jong zich in die tijd juist over mystiek had uitgelaten, aldus Van Riessen. Bij herlezing ziet zij geen mystiek, maar een bevrijdende ervaring die leidt tot het aanvaarden van de werkelijkheid. De bevrijding komt tot stand doordat de hoofdpersoon iemand anders bevrijdt. Dat kan ook een dier zijn: het jongetje heeft ‘de geit losgemaakt’. Het leidt tot een nieuwe verbinding met het leven zelf, maar niet tot spiritualiteit, concludeerde zij.

 

Zonder het expliciet te maken voor De intkvis rekende de daaropvolgende spreker zo’n nieuwe aanvaarding van de werkelijkheid wel voluit tot het gebied van de mystiek. De mysticus vlucht niet van het leven weg, maar geeft zich over aan wat is, zei Inigo Bocken, de nieuwe directeur van het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen. Hij besprak essays van Oek de Jong tegen de achtergrond van de christelijke mystiek. Oek de Jong heeft zich heel direct uitgelaten over mystiek in zijn beschouwing ‘Niet-handelen, niet-weten’ in Een man die in de toekomst springt uit 1997. (Het zou de moeite waard zijn, bedacht ik luisterend, om De Jongs verhalen nog wat meer met deze bril op te lezen. Bij Liter hebben we ons geconcentreerd op het primaire werk.)

 

Bocken zoomde in op De Jongs ‘beschroomde’ beschouwingen over Paul van Ostaijen en Frans Kellendonk enerzijds en het polemische betoog over W.F. Hermans anderzijds. Uit de waarderingen van de schrijver destilleerde hij een mystiek wereldbeeld. Mystiek is bij Oek de Jong het deelhebben aan een al duizenden jaren bestaande wijsheid, een leer zonder woorden die niettemin met woorden kan worden aangeduid, een vorm van kennis die altijd een vorm van handelen behelst. Het gaat om iets algemeen menselijks en het is belangeloos. Het betekent ook een hang naar het verborgene en een verlangen naar wijsheid die lacht en spot en liefheeft (tegenover Hermans), het dragen van eigen lijden (over Kellendonk) en het openstaan voor het onderbewuste (de mystiek zonder God van Van Ostaijen).


Bocken bewaarde zijn beschroomde, maar trefzekere meedenken voor het slot. In zijn ogen is De Jong verrassend stellig en opeens minder fijngevoelig wanneer hij spreekt over een scheiding tussen oud en nieuw denken, waarbij het oude denken vertegenwoordigd wordt door het vervallen instituut kerk en het nieuwe denken de zoveel vrijere en vooral belangeloze vormen van spiritualiteit en mystieke gevoeligheid omvat. Zou een grondige lezer van Eckhart niet beter moeten weten, vroeg Bocken zich af. ‘De christelijke mystiek heeft altijd geleefd vanuit het besef: dit is het niet.’ Johannes van het Kruis kende de donkere nacht van de ziel. En zou je, verder, het nieuw ontdekte onderbewustzijn niet kunnen zien als een nieuwe naam voor God, net zo onbeholpen als de oude naam? Ook dit: sluit Oek de Jong het mystieke niet op in het belangeloze? God is ook verontrustend, memoreerde Bocken.

 

Jaap Goedegebuure, die momenteel studie maakt van literaire mystiek, liet het deze keer zo goed als helemaal bij zijn verwante andere onderwerp: bijbelverhalen. Een belangrijk aantal gewaarwordingen van Abel in Pier en oceaan, waaronder numineuze, wordt verteld via bijbelse mythologie, constateerde hij.


Leuk was dat Hermans-expert Wilbert Smulders aan het einde van de dag Oek de Jong tegenover W.F. Hermans mocht zetten. Destijds had Oek de Jong Hermans’ werk aangevallen op de eenzijdige somberte ervan. Die zou niet getuigen van een echt uitgewerkte levensbeschouwing. Die was daar te negatief voor, te verstandelijk en te logisch-positivistisch. Smulders liet met de stukken zien dat Hermans wel degelijk oog had voor ‘zin’ en ‘geheimen’. Kunstzinnige verbeelding biedt iets anders dan de natuurwetenschap, vond Hermans. Niet voor niets wijdde de schrijver zijn leven aan de kunsten in plaats van aan de door hem geliefde natuurkunde en techniek, aldus Smulders. Religie beweegt zich naar Hermans’ oordeel op hetzelfde terrein van de verbeelding als de kunsten, maar neemt die verbeelding iets te letterlijk. Dus moet je mensen juist iets geven door ze iets uit handen te slaan. De leegte schenken, hameren op het niets: dat heeft toch wel veel weg van mystiek, aldus Smulders.

 

Het werk van W.F. Hermans als reinigingsritueel, het valt te overwegen. Maar dan moet je mijns inziens wel wat werk verzetten: een positief verlangen naar zin en naar geheimen in gedachten houden, de verondersteld louterende werking van het oeuvre volop mee laten tellen in de interpretatie en hardop durven nadenken over welke fase er op de ervaring van ‘leegte’ volgen kan. Zijn er zulke lezingen van Hermans?
Bij Oek de Jong liggen de accenten anders. Zijn werk is zo bezien een poging de algemeen menselijke mystieke hang (het verlangen naar zin, naar het geheim) te materialiseren in zijn personages. Niet alleen het verlangen, ook de gewaarwording.

 

Gerda van de Haar

Submit to FacebookSubmit to Twitter