door Ruben Hofma, 6 augustus 2016

 

Poëzie-uitgeverij Stanza gaf dit jaar tot nu toe onder meer Je hebt zelf kans op gladheid van Peter van Galen en Alles is een onderbreking van de lege ruimte van Estelle Boelsma uit. Met de eerste titel vervolgt de uitgever en (flarf)dichter Ton van ’t Hof zijn experimentele lijn; het is een bloemlezing van iemands facebookstatusupdates. Ik schrijf 'iemands', want voor hetzelfde geld was Je hebt zelf kans op gladheid de bloemlezing van facebookstatusupdates van iemand anders dan Van Galen. Die legt achterin overigens verantwoording af: ‘Facebookberichten vormen een nieuw genre an sich.’

 

 

Poëzie is het niet te noemen – dit boek moet beoordeeld worden naar de maatstaven van het genre 'facebookberichten'. Binnen dat genre of beter gezegd het genre 'facebookstatusupdates', oogt de selectie grappiger dan de statusupdates van de gemiddelde facebookgebruiker. Dat komt door het populaire of groffe taalgebruik en de zelfspot en andere geintjes: ‘Je bent zelf een vlucht regenwulpen.’, ‘Mijn oksels ruiken als de man die ik ooit hoop te zijn.’, ‘Zuurkool. Het woord zegt het al.’ en ‘Ik heb anders nooit een eenhoorn met een tattoo van een mens gezien.’

Al kan ik erg gniffelen om veel van de blurbs, er is geen reden waarom ik deze bundeling in huis zou halen. Het ontbreekt voor mijn gevoel volledig aan urgentie. Het zijn de persoonlijke, ongepolijste en momentafhankelijke blurbs van een willekeurig persoon, uitgepoept op Facebook. Waren het de facebookstatusupdates van de Dalai Lama, dan had een biograaf er ooit nog wat aan gehad, maar ook in dat geval komt een bundeling in boekvorm van statusupdates me onzinnig voor.

 

 

De dichtbundel Alles is een onderbreking van de lege ruimte van dichter en beeldend kunstenaar Estelle Boelsma is haar eerste volwaardige bundel. Zij debuteerde in 2013 met de chapbook Juniper. In haar nieuwste, doordacht gecomponeerde poëzieboek staan de gedichten sterk in verband met elkaar maar blijven betekenissen vrijwel onder de radar en dat is tot op zekere hoogte de bedoeling: wereldvreemdheid is het thema. In vijf afdelingen volgen vijf gedichtreeksen plus wat losse gedichten, waarvan één anderhalve pagina vult, paginabreed. Het is soms meditatieve poëzie die doet denken aan Oorlogspaarden tot in de buitenwijken van Marwin Vos. 

De bundel leest als een verslag van een training in vervreemding. Na het openingsgedicht dat een oefening lijkt voor een ontspannen uitspraak van het woord 'langzaam', volgt de eerste gedichtenreeks, getiteld ‘inzicht naar wendbaarheid’. Is die titel een instructie? Inzicht gebruiken om wendbaar te worden? ‘wereldvreemdheid kwam me niet / aanwaaien’ opent de reeks. De ik-figuur moest ervoor oefenen en heeft er vast een reden voor. ‘amechtig ik en ik en anderen ook je haalt ze door elkaar voor / je geestesoog het is hier prachtig alles zo mooi het strijklicht / maakt aandoenlijker de dingen om ons heen de bomen, de struiken / alle oppervlaktes, een fabriekspijp ook’ eindigt het gedicht ritmisch. Aan het slot keren toch begrippen terug waarmee we de wereld om ons heen interpreteren: bomen, struiken, fabriekspijp.

 

Het taalgebruik is bijzonder; wanneer kom je bijvoorbeeld een woord als 'amechtig' tegen in poëzie? Dat waardeer ik wel, ook de warrige woordpartij die volgt. Dingen bij naam noemen kan je vertrouwd maken met je omgeving, het kan je geruststellen – onwillekeurig denk ik aan het gedicht ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ van Paul van Ostaijen – maar hier lijken ze genoemd te worden om slechts terug te keren in de menselijke, talige werkelijkheid.

Daar blijven de ik-figuur en een andere persoon, ik gok de partner vanwege de context 'thuis', niet in, doelbewust ontsnappen ze er keer op keer aan. De lijn tussen talig geïnterpreteerde werkelijkheid en wereldvreemdheid blijft dun, sterker: onzichtbaar. ‘[roodborstjes zijn de incarnaties van mijn grootouders]’ staat er ergens. Je voelt het aan, het is allemaal een stuk sprookjesachtiger wanneer je weinig van de wereld begrijpt.

 

In het langste gedicht, de paginabrede poëem uit de afdeling ‘tussenruimte’, lijkt het verzet tegen de werkelijkheid die taal creëert, het grootst: ‘analoog aan mijn wandeling incarneert in mijn / luchtpijp wat lucht om iets uit te spreken het gaat voorbij alle / logische volzinnen het verglijdt waar de adem nog wat dieper de / longtrosjes vult en dan komt het weer omhoog tot aan het punt waar / het ontstond maar ik kan het niet uitspreken want dan is het voorbij / ik wil niet dat het versmelt met een klankimpuls – ik laat het / verstommen’. Dat onze werkelijkheid wordt bepaald door taal, is trouwens een geliefd onderwerp voor Boelsma die in dit filmpje haar poëzie verklaart. 

Wereldvreemdheid levert veel moois op in deze dichtbundel. ‘ik word opgeslokt door pantoffeldiertjes’ en ‘op een dag wist ik dat ik onderdeel ging uitmaken van een plant’. Een flat is ‘een samenzwering van ramen en rechthoeken’ en ‘mensen zeggen dingen / leggen hun handen op elkaar / vragen zich af of daar misschien nog iets tussen zit’. En er blijft wat te ontdekken in deze gedichten, zoals in het raadselachtige ‘how icebergs produce ocean noise’.

 

how icebergs produce ocean noise

Lees gedicht

how icebergs produce ocean noise

 

I

 

jij, we zitten aan tafel, je doet

een hoop dingen die ik raadselachtig vind

 

en hoe je zegt dat de ruimte zich tegen je aan vlijt

en ik tegen de rafelranden van de bank –

het was alsof het wasabigroen van de kamers

in ons vermenigvuldigde –

hoe het firmament met ons solt

en jij me aanstaart

het bakstenen gewelf

met daarachter de rivier als we omhoog kijken

loert de sperwer al vanaf het dak

en stort zich even later naar beneden

 

daar ligt het klein te zijn

heel klein te zijn

 

Estelle Boelsma

 

Wereldvreemdheid is een geweldig onderwerp voor poëzie, er komt veel verwondering bij kijken. Boelsma’s poëzie is een opvallende soort, niet direct toegankelijk maar wel intrigerend door zijn raadselachtigheid en dankzij goed gebruik van poëzietechnieken als ritme, rijm, herhaling en enjambement. Wie aandachtig stilstaat en gewillig ondergaat in de mystieke wereld van Alles is een onderbreking van de lege ruimte, kan er aarden en genieten van, toch, de taal en de vervreemdende werkelijkheid die Boelsma ermee beschrijft.

 

Estelle Boelsma, Alles is een onderbreking van de lege ruimte, Stanza, Amsterdam 2016, 56 blz., €15,- en Peter van Galen, Je hebt zelf kans op gladheid, Stanza, Amsterdam 2016, 38 blz., €12,50.

Submit to FacebookSubmit to Twitter