Van de redactie

 

Een nieuwe Liter, een nieuwe jaargang. En het jaar begint goed: we hadden zoveel niet te missen bijdragen dat we zestien pagina’s extra hebben laten drukken. 

 

Met gepaste trots presenteren we in dit nummer onze nieuwe gastauteur, Benno Barnard. In een openingsinterview wordt hij ondervraagd door de meest geschikte persoon die we daarvoor konden vinden. Samen gaan ze de diepte in, al loopt één van de twee halverwege even weg. Verderop in dit nummer komt Barnard terug en introduceert hij het tekenen van zijn vriend Huub Beurskens. En ook dit jaar weer publiceren we Barnards dagboekfragmenten: nu vanuit Engeland, het land waarvoor hij België verruilde.

 

In deze Liter veel dat niet van eigen bodem komt. Een vertaald verhaal van de gevluchte Dimitré Dinev over schrijven in den vreemde. Wonen, zo blijkt, kan in een woord. Maar moeite kost het wel. Daarnaast ook proza van George Orwell, voor het eerst in het Nederlands vertaald. Is het een verhaal, of was Orwell er zelf bij? De lezingen verschillen. Van de eilander Boeli van Leeuwen publiceren we een nagelaten fragment, hier voor het eerst in druk te zien: ‘Mijn vader had een volière’ – dat moet wel misgaan. Ook voor het eerst in het Nederlands: een poëtisch gebed van Pascal, die tast naar de zin van zijn ziekte.

 

Verder in dit nummer levert Willem Jan Otten nieuwe gedichten, looft Edwin Fagel de vrouw, schrijft Coen Wessel over een beroemde oude pruimendiefstal en zingt Pauliene Kruithof mee met Job. En dan is er maatwerk, met dichters, atheïsten, met Judas en met een liefhebbende lezing van de gedichten van de betreurde Joost Zwagerman.

Een lange Liter. Moge ze met u een zachte lente van Pasen en van vrede meemaken.

Submit to FacebookSubmit to Twitter