door Els Meeuse, 20 januari 2016

 

Negentig jaar is Hannie, als ze wordt ‘opgeborgen’ in Villa Bethel. Ze vult haar leven met het tellen van de bezoekers die door de draaideur van de hoofdingang binnenkomen en met het verzorgen van haar cyclamen. Dode blaadjes verwijderen is één van haar voornaamste bezigheden. Dan komt er een nieuwe bewoner in het huis en haar leven verandert. Het eerste wat ze van hem ziet is de piano. En toevallig of niet: de man heet Günther, net als haar vroegere grote geliefde: een Duitse soldaat. Het verleden komt terug, van begin tot eind. Kaalgeschoren werd ze na de bevrijding door het dorp gevoerd. Günther blijkt een totaal ander verleden te hebben. De bijna honderdjarige joodse concertpianist kan er niet van slapen. Hij speelt nachtenlang piano. Een nachtmotet. Als men hem er overdag geïrriteerd naar vraagt, weet hij van niets. De nacht is voor hem een gesloten boek. Tot Hannie zich er mee gaat bemoeien. Langzaam maar zeker onthult het verschrikkelijke verleden zich en ontdekt Hannie waarom Günther op zijn honderdste verjaardag nooit en te nimmer op haar verzoek Wagner zal spelen.

 

 

Je leest Nachtmotet van Arie Kok in één adem uit. Twee verhaallijnen, twee levens staan in veel opzichten lijnrecht tegenover elkaar, raken elkaar toch op bepaalde punten en worden vervolgens in elkaar gevlochten. Een man van bijna honderd die zijn oorlogsverleden pas op deze hoge leeftijd leert verwerken en een ‘moffenhoer’ voor wie het verleden ook juist door deze pianist herleeft. De roman zorgt ervoor dat je anders gaat aankijken tegen vrouwen die het in de Tweede Wereldoorlog met Duitse soldaten hebben aangelegd. Die soldaten, die vrouwen, het waren doodgewone mensen die toevalligerwijs voor elkaar in vuur en vlam raakten. De vrouwen handelden puur uit liefde. Je gaat je verwant voelen met Hannie en daardoor word je als vanzelf boos op de ouderlingen die haar na de oorlog zo schandelijk hebben behandeld.

 

Hoewel de schrijfstijl op sommige punten nog wel wat verbeterd kan worden, ga ik over het algemeen snel mee in het verhaal. Alleen in het begin had ik daar wat moeite mee, voornamelijk door dit soort zinnen: ‘Maar voorlopig heeft ze alles nog goed op een rij, haar maken ze niets wijs, al voelt ze zich soms maar een gek oud mens’. Als lezer kan ik niet veel met deze informatie. Uit het verhaal zelf moet blijken wie Hannie is en hoe ze in het leven staat.

 

De vrij eenvoudige verhaallijn van het boek zet je aan het denken. Hoe gedragen oudere mensen zich richting elkaar? Wat kunnen zij nog voor elkaar betekenen? Hoe kijk ik tegen vrouwen aan die in de oorlog een relatie met een Duitse soldaat hadden? En door dit alles heen dringt in het verhaal de vraag zich op: bestaat God? Kunnen we dit zeker weten? Deze vragen worden in het verhaal niet verder uitgewerkt. Dat is spijtig, want dit had het verhaal een diepere lading kunnen geven. Nu blijft de vraag in de lucht hangen en zijn de hoogste doelen van Hannie bezoekers tellen en dode blaadjes uit cyclamen plukken. Deze terugkerende bezigheid staat symbool voor haar rol in het leven van Günther. Pas als het laatste lelijke blaadje uit de plant verwijderd is, nadert het lied en daarmee ook het leven zijn voltooiing. Pas dan kan het nachtmotet afgerond worden en volgt een welverdiend applaus.

 

Arie Kok, Nachtmotet. Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer 2015, 120 blz., € 12,90.

Submit to FacebookSubmit to Twitter