door Ruben Hofma, 19 oktober 2015

 

Het is een van de eerste poëziepublicaties van de jonge uitgeverij Leesmagazijn, maar de gedichten in de uitgave doen volwassen en gewichtig aan. Oorlogspaarden tot in de buitenwijken is de tweede dichtbundel van kunstenares Marwin Vos, die in 2006 debuteerde met Zij is niet vast, zij is veranderbaar. Voor haar nieuwe bundel liet Vos zich leiden door de actualiteit van de afgelopen jaren; thema’s als revolutielentes, grondstofwinningen, vluchtelingenstromen en de impact van klimaatverandering kleven aan de bladzijden.

 

Haar originele poëzie is tamelijk ongrijpbaar; de regels van de gedichten sluiten expres vaak niet vloeiend op elkaar aan, blijkbaar bedoeld als meditaties om het geschrevene krachtiger door te laten dringen, en de bundel barst van economische, technische en politieke begrippen. De compositie van de bundel is weloverwogen en doet prettig afwisselend aan. Het geheel bestaat uit de afdelingen ‘hefboompatronen’, ‘infrastructuurmeditatie’, ‘koude mijn’, ‘alpmeditatie’, ‘oorlogspaarden fokken tot in de buitenwijken’, ‘offshore’ en ‘bibliotheca abscondita’, waarvan de meesten vervolgens opgedeeld zijn in reeksen. De ene keer bestaan die uit kortregelige, langgerekte gedichten, de andere keer uit gedichten met de opmaak van een alinea, weer andere kennen gedichten met distichons.

 

In de afdeling ‘oorlogspaarden fokken tot in de buitenwijken’ staat een verklarend essay waaruit blijkt dat de afdelingstitel een citaat is uit de Tao Te Ching. Vos noemt daarin dat ze merkte dat dit boek en teksten van Hobbes die Vos las, allebei ‘handelen over politiek en bestuur en daarbij het lichaam als metafoor gebruiken en als aangrijpingspunt voor controle, het grote lichaam van de staat en het eigen lichaam van de mens.’ Aan het slot van het essay schrijft Vos: ‘Hoe kunnen we ons, solide als een vast lichaam, solidair verklaren met het oude paard? Als we zeggen ik ben Chelsea Manning, zullen we dan merken hoe ons, niet alleen als deel van een digitaal lichaam, pijn kan worden aangedaan?’ Dat Vos Chelsea Manning erbij haalt, is niet willekeurig. Manning zorgde ervoor dat grove oorlogsmisdaden aan het licht kwamen, waardoor de steun voor de oorlog tegen Irak aan het wankelen kwam. En niet alleen daarom, want zoals ook op de site van Vos te lezen is, dragen veel piloten de naam Crazyhorse, de naam die de metafoor van het paard weer aanhaalt en een verwijzing vormt naar de toestellen die de piloten besturen en waarmee ze de oorlogsmisdaden uitvoerden.

 

Als we zeggen dat we Chelsea Manning zijn, staan we voor wat zij nastreeft: transparantie, eerlijkheid, uiteindelijk de veiligheid van mensen. Vos vraagt zich af of we – de staat, de mensen – merken dat ons pijn – bijvoorbeeld in de vorm van vrijheidontneming of lichamelijke straf – kan worden aangedaan als we transparantie en eerlijkheid nastreven. Als we alleen maar zeggen dat we Manning zijn, merken we dat misschien nog niet, maar als we ons als Manning gedragen, vast wel. Met dit soort vraagstukken vraagt Vos om meer betrokkenheid bij zaken als die van Manning. Op een bepaald punt zijn we immers één lichaam en als dat pijn lijdt, zouden we dat allemaal moeten ervaren.

 

Voordat je bij slotafdeling ‘bibliotheca abscondita’ belandt, is er dit gedicht. ‘de zee is een ruïne’:

 

de zee is een ruïne

Lees gedicht

 

de zee is een ruïne

 

de zee is een ruïne, land en staat
bestaan nog, lente voor de tweede keer

 

dit jaar, gras ligt te rotten in de stad
niemand stoort het gras rotten

 

er is rust in het gras rotten
de storm heeft het gras geruimd

 

het puin is blijven liggen
laat liggen het puin, Hanneke

 

het oog in de storm is rustig
het gras rot droog in de sloten

 

het rouwen moet worden afgesloten
rust heerst in het ruïneland

 

waar de mensen niet zijn teruggekomen
we kunnen wachten tot de evenaar

 

is gelijkgemaakt, rustiek en wijd open
de zee is een ruïne, een zeer brede bedding

 

de polen hebben zich losgemaakt
van hun bevroren ijslichaam

 

Marwin Vos

Wie bovenstaande wil begrijpen, moet graven en terugbladeren. ‘het gras rotten’ kan betekenen het rotten van gras, maar wat wil het grote plaatje? Na alle wereldproblematiek in de voorgaande, zich tot feiten beperkende gedichten, sluit dit gedicht af als een stilte na de storm. Mogelijk is dit toekomstperspectief en bedoelt de dichter met de storm de grondstoffenwedloop die op het land en in de zee woedt en volgens de bundel zelfs op asteroïden gaat woeden. Deze wedloop lijkt in het gedicht opgehouden. Maar wie zegt dat die rust permanent is? ‘de polen hebben zich losgemaakt / van hun bevroren ijslichaam’, dus volgt misschien een storm die ook van ‘land en staat’ ruïnes maakt, die de evenaar gelijkmaakt en alle puin opruimt. Wat een bijzondere gedachte is dat trouwens: ‘de zee is een ruïne’.

 

Vos’ poëzie maakt je bewust van de ontwikkelingen wereldwijd, die te vatten zijn als eenrichtingsverkeer waaraan we allemaal deelnemen. Als verkeersdeelnemer heb je steeds deze keuze: ‘of je migreert / of je modificeert / of je graaft je in / of je sterft’. Vos zelf lijkt te kiezen voor modificatie, terwijl ze tussen de regels door fluisterend protesteert tegen de nadelen van winstverlangens. Die brengen immers alles in beroering:

 

*

Lees gedicht

 

*

 

we zijn niet verbaasd dat Deep Space Industries astero-
iden gaat mijnen en een eerste satellietfabriek plant in de
voorheen bodemloze ruimte want we weten dat de nieuwe
wingebieden een onmisbare prothese zijn voor de uitbrei-
ding van de vrije markt, psychologisch vormt zij een geheel
nieuwe horizon waar we naartoe kunnen werken en zij
verschijnt in een tijdlijn die de grondstoffenrace verder in
perspectief plaatst – economie in de ruimte brengen, in de
diepzee, het lichaam, het dier – ondergronds is geen storm,
diep in de mijn, in de machine, diep in de code hadden we
een missie gevonden en waren diep gelovig geworden en
hoe kon het ook anders, van alles wat gebeurde was dit het
enige hoopvolle wat tegelijk succesvol was

 

Marwin Vos

In deze tekst uit de reeks ‘notities koude mijn’ vat Vos het motief beet dat de mensheid dwingt tot wat we vooruitgang noemen: succes. We hadden ‘een missie gevonden en waren diep gelovig geworden’, diep gelovig in ‘het enige hoopvolle wat tegelijk succesvol was’. Met zulke teksten – dit is lang niet de enige – doorgrondt de dichter de geest van ons grote lichaam, de wereldmaatschappij, en van ons kleine lichaam, onszelf. Om tot deze bundel te komen heeft Vos niet de makkelijkste literatuur bestudeerd en dat merk je, want deze bundel is een flinke leesopgave. Het een en ander had tot makkelijkere, aangenamere poëzie verwerkt kunnen worden. Toch is Oorlogspaarden tot in de buitenwijken een bewonderenswaardige dichtbundel waarin het wemelt van relevante kwesties die de overdenking volkomen waard zijn.

 

Voor wie meer wil weten over de dichtbundel, kan terecht op de website van Marwin Vos, waarop de dichter veel extra materiaal met aanknopingspunten publiceerde.

 

Marwin Vos, Oorlogspaarden tot in de buitenwijken. Leesmagazijn, Amsterdam 2015, 116 blz., €18,95.

Submit to FacebookSubmit to Twitter