door Len Borgdorff, 31 december 2017

 

Constantijn Huygens is 79 jaar en drie maanden als hij dit gedicht schrijft:

 

Nieuwjaar
1 januari 1676

 

Nog eens ten eind van 't oude en vooraan 't nieuwe jaar,

en tel ik tachentig op negen maanden maar!

Waar zijn die zeventig en negen jaren henen?

Als nieuwe dromen elk verschenen en verdwenen,

en nu de volle som: maar éne oude droom.

Wanneer zal 't einde zijn? Hoe lang staat de oude boom

op taaie wortelen en weert zich, onder allen

die daags bij duizenden rondom hem henen vallen?

Hoe lang en wankelt mijn onafgesleten kracht

niet meer als and're meest ter halverwege placht?

Gij weet het, Heer, alleen; en houdt het mij verborgen.

Laat die onkunde mij tot meer en meerder zorgen

gedijen, om een eind, 't zij nog ver of nabij,

o goedertieren God, dat u gevallig zij.

 

 

 

Met zijn ‘onafgesleten kracht’ is Huygens intussen twee keer zo oud als de meeste mensen om hem heen, maar hoe het met hem zal aflopen, weet alleen God. En daar heeft Huygens vrede mee. Intussen weten we dat hij nog ruim elf jaar zou leven. Ruim 92 zou hij worden. Over Huygens en zijn gedicht had het hier moeten gaan, maar ik werd afgeleid door een vreemde envelop tussen de kerstpost.

 

Daarin zat een ongeopende envelop met daar weer in de kerstkaart die we naar Kees stuurden. Hij had hem niet geopend: hij was al negen maanden dood. Hij stond, en niet als enige, op ons to-dolijstje. En op dat lijstje heeft hij het hele jaar 2017 gestaan, een agendapunt dat zich als een splinter in het heden van mijn brein heeft genesteld. Ik heb hem, kun je zeggen, het hele jaar 2017, minus twee weken dan, op me zien zitten wachten.

Met de rouwkaart van Kees in de hand, want die zat bij de teruggestuurde kerstwens veranderde het afgelopen jaar met terugwerkende kracht van karakter.

Gerard gaf me een boekje over Babylonische kleitabletten, een grapje. Hij kocht het voor 20 cent in een kringloopwinkel omdat de titel van het boekje hem aan mij deed denken. Ik ben er toch in gaan lezen. Er wordt verteld hoe in het vlakke land van Irak heuvels ontstonden, zoals de ‘heuvel der zeven steden’. Een stad werd gebouwd op het puin, de hardnekkige resten van een vorige stad.

 

Ik bouw het nieuwe jaar op het puin van een onverwerkt 2017: nieuwe wegen, nieuwe bouwsels, maar je ziet dat er iets anders onder zit.

 

79 jaar en drie maanden was Huygens toen hij er rekening mee hield dat het zomaar afgelopen kon zijn, maar hij plakte er nog een kloek decennium aan vast. Dus wie weet kom ik in 2018 niet telkens te laat. Maar wees gewaarschuwd: laat het ook in het nieuwe jaar niet van mij afhangen.

 

http://www.dbnl.org/tekst/huyg001kore02_01/huyg001kore02_01_0060.php

 

Edward Chiera, Zij schreven op klei, Bosch & Keuning, Baarn [1961]3.

Submit to FacebookSubmit to Twitter