door Len Borgdorff, 23 december 2017

 

Wij rijden door de sneeuw. Ik ben de koetsier en Liesje en Klaas zitten achterin. Maar al zijn we nog niet lang onderweg, koud hebben we het niet, omdat onze arrenslee, in werkelijkheid een verwarmd rood autootje is. Vanwege Kerst draaien we kerstliedjes, in een kinderkooruitvoering die ook hun vader nog goed kent. Via lp en cd is die op een usb-stick gekomen een daar zijn jaren overheen gegaan.

 

 

De liedjes die we horen zijn nog ouder. Als Midden in de winternacht wordt onderbroken door de verkeersinformatie, zingt Liesje verder. ‘Laat de bel bimbam, laat de trom rombom.’ Ik moet even denken aan de fietsbeldop die op de punt van een dikke spijker werd gezet. Die hield ik in de linkerhand, in de rechter had ik een nog dikkere spijker en met de kop daarvan sloeg ik op het juiste moment tegen. ‘Bimbam.’ Het was in de vijfde klas. Tien was ik en ik vond dit verschrikkelijk kinderachtig. Liesje van net zes zou het prachtig gevonden hebben. Als ze gezongen heeft dat Christus is geboren, zegt ze: ‘Je mag ook Jezus zingen, hoor, Klaas, want dat is hetzelfde. Jezus is ook Christus.’ En in één adem door: ‘Jij zult dit liedje ook wel een keertje leren nu je op school zit, maar eerst leer je nog De herdertjes lagen bij nachte!’ Ze heeft al een heel kerstverleden achter zich. Zoveel is wel duidelijk.

‘Dat ken ik al lang,’ beweert Klaas. Hij zet het meteen in. De verkeersinformatie hebben we al achter de rug, het rode stoplicht zijn we al geruime tijd voorbij, de muziek heb ik even uitgeschakeld. We zingen met zijn drieën van de herdertjes. En het klinkt ongehoord nieuw.

 

Dan wordt het weer tijd voor het kinderkoor. Maria die zoude naar Bethlehem gaan klinkt al te nieuw, daarom grijpt Klaas zijn kans om te demonstreren dat ook hij met zijn vier jaar al een eind gevorderd is met Midden in de winternacht, al behoeft hij wat assistentie zo hier en daar. En daarna worden in één moeite door opnieuw de herdertjes ingezet. Het gaat uit volle borst. Telkens alleen het eerste couplet. Ik kijk om me heen naar de auto’s naast, voor en achter me. Zouden ze daar niet ook de engelen horen zingen? In elk geval laat niemand het merken.

 

Lees gedicht

 

De herdertjes lagen bij nachte

 

De herdertjes lagen bij nachte

Zij hielden vol trouwe de wachte

Zij hadden hun schaapjes geteld

Daar hoorden zij d'engelen zingen

Hun liederen vloeiend en klaar

De herders naar Bethlehem gingen

't liep tegen het nieuwe jaar.

 

Toen zij er te Bethlehem kwamen

Daar schoten drie stralen dooreen

Een straal van omhoog zij vernamen

Een straal uit het kribje benee

Daar vlamd' er een straal uit hun ogen

En viel op het Kindeke teer

Zij stonden tot schreiens bewogen

En knielden bij Jesus neer.

 

Maria die bloosde van weelde

Van ootmoed en lieflijke vreugd

De goede Sint Jozef hij streelde

Het Kindje der mensen geneugt

De herders bevalen te weiden

Hun schaapkens aan d'engelenschaar

Wij kunnen van 't kribje niet scheiden

En vonden het kindje daar.

 

Ach kindje, ach kindje, dat heden

In 't nederig stalletje kwaamt

Ach, laat ons uw paden betreden

Want gij hebt de wereld beschaamd

Gij kwaamt om de wereld te winnen

De machtigste vijand te slaan

De kracht uwer liefde van binnen

Kan wereld noch hel weerstaan.

 

Joseph en Lambert Alberdingk Thijm

 
Liesje vertelt van Stille Nacht en Nu sijt wellecome. Al die liedjes staan Klaas nog te wachten en als Liesje straks haar zwemdiploma heeft behaald, dan gaat ze op hockey, maar omdat er een wachtlijst is bij Fleviomare -  een woord dat toch veel te groot is voor een meisje van zes, maar het komt uit haar mond alsof ze boterham zegt - gaat ze eerst op voetballen. ‘Ik ook, hoor, Liesje’ zegt Klaas. ‘Ik ga ook eerst op voetbal en dan op hockey.’ ‘Nee, Klaas, eerst ga je nog op zwemmen. Eerst moet je je zwemdiploma halen. Daarna kun je pas op hockey of op voetbal.’ ‘Dat is waar.’ Klaas doet er niet moeilijk over. ‘Waarom hoor ik geen kinderliedjes meer?’ vraagt Liesje ineens aan mij. Ik bied mijn excuses aan, waardeloze koetsier die ik ben. Alsof ik mijn plaats vergeten ben en stiekem heb zitten meeluisteren.

 

toegeschreven aan Jos. en Lamb. Alberdingk Thijm, Oude en nieuwe kerstliederen, 1852

Submit to FacebookSubmit to Twitter