door Len Borgdorff, 3 oktober 2019

 

Het heeft er alle schijn van dat Sam Hunt in de late jaren zestig in een oude Amerikaanse slee is gestapt, als een laat-twintigste-eeuwse troubadour naar allerlei plaatsen reed, naar zaaltjes van scholen, clubs, kerken of wat dan ook, als er maar een podium was en als er maar wat te drinken viel, om daar zo’n podium op te stappen, er op denderende manier zijn eigen gedichten maar ook die van anderen de zaaltjes in te slingeren, de whisky op te maken en daarna verder te rijden naar een volgende gelegenheid. Het heeft er alle schijn van dat hij nooit is uitgestapt en ook dat de mensen nog steeds op een zaaltje afstormen als ze horen dat Sam Hunt weer langs komt. Dat gebeurt dus al een halve eeuw in Nieuw-Zeeland, want daar leeft hij.

Iedereen daar weet wie Hunt is.

 

Ik heb twee boekjes van hem. In ’82 kreeg ik zijn Collected Poems 1963 – 1980, een Penguin Pocket. Dat klinkt indrukwekkend voor iemand die in ’46 geboren werd, al zie ik nu wel dat de prijs die op de achterflap staat afgedrukt alleen voor Nieuw-Zeelandse dollars geldt, NZ$5,95. En ik heb nog een biografie van hem. Ik heb beide boeken gekregen van mijn Nieuw-Zeelandse zwager.

Binnenkort gaan we naar hem toe, naar mijn zwager, en ook naar mijn schoonzus. Daarom plukte ik Sam Hunt uit de kast.

 

Zijn poëzie is eenvoudig, zangerig vaak, het is echte podiumpoëzie van een dichter, zwerver (al heeft hij ongetwijfeld een vaste woon- en verblijfplaats), van een rocker zonder gitaar. Het klinkt allemaal romantisch en dat is zijn poëzie ook.

 

Tijd voor een gedicht.

 

Lees gedicht

 

Return to Rangitoto

 

His days were full of maps

of places visited:

his nights as full of dreams

of friends long dead.

 

He had one tattered map,

island of black granite;

and one recurring dream

as sure as night.

 

All day on whisky he

would fight the demon drunk,

the nightmare-man who shared

his coffin bunk.

 

Two visions would not fade:

that map; that dream of her.

Most men pronounced him mad.

He did not hear.

 

He burnt that map – he had

directions well by heart –

he hit the road until

that road ran out.

 

The island was afloat,

volcanic on the light.

He was, men said, adrift.

I say, bereft.

Het gedicht is veertig jaar oud. De oude man en de ik lijken op Sam Hunt en ze zijn in die jaren ook meer dezelfde geworden. Bij een gedicht mag je van alles bij elkaar dromen.

Verrassend blijft wel dat laatste woordje van deze regel

 

that map; that dream of her.

 

Her, wie is dat? Ik droom nog even verder. Rangitoto is een vulkanisch eiland niet ver van de oostkust van het Noordereiland, ter hoogte van Auckland. Het ontstond zo’n zeshonderd jaar geleden. Het is dus een jong eiland en het ziet er op een afstand heel sereen uit. Is dat de dame?

Of is de man de Rangitoto, het drijvende eiland waar zo weer een vulkaan zou kunnen uitbarsten? Niet omdat de man nu eenmaal een driftkikker was, zoals men zei, maar omdat hij was beroofd van het liefje waar het in heel veel liedjes om draait.

 

Sam Hunt, Collected Poems 1963 – 1980. Penguin Books Ltd 1980

Submit to FacebookSubmit to Twitter