door Len Borgdorff, 11 juni 2019

 

Vijf dagen voor haar dood had ik Jo even aan de telefoon en ze riep nog dat ze ons zo lief vond en dat ze nog niet dood wilde. Daar had ze wel anders over gedacht, gaf ze toe, maar nu wist ze het maar al te goed: niet dood.

 

Een week na haar dood zou ik Markus naar bed brengen. Hij had het allemaal gezellig gevonden, vandaag, maar dat ik hem met zijn tien maanden zomaar achter zou laten in bed. Dat was onoverkomelijk.

 

 

Het blèren hield aan tot ik hem uiteindelijk weer uit bed tilde. Ik liep met hem heen en weer door de kamer en voelde hoe hij in mijn armen bezig was het gevecht tegen de slaap te verliezen. Zijn hoofd viel tegen mijn wang en de Morpheus die ik was, sjokte nog een tijdje rustig met hem door de kamer heen en weer.

Morpheus, zei ik, of was ik Charon die een kleine Markus een kleine dood in wiegde? Hoe dan ook, toen ik uiteindelijk het jochie uiterst behoedzaam in zijn bed legde, begon hij weer te krijsen. Het gevecht kon weer van voor af aan beginnen.

 

‘[…] und die bunten lichter

der stadt, die blinkt und blinkt, um nicht schlafen zu müssen.’

 

Dat zegt Jan Wagner over Las Vegas. We vechten tegen de slaap en de dood. Het is tevergeefs:

 

‘die nacht ist in uns.’

 

Lees gedicht

 

erinnerung an las vegas

 

plötzlich konnten wir sie hören.

in der pause zwischen applaus und dem nächsten stück,

in der kurzen stille, groß und still: die wüste.

plötzlich konnten wir sie hören.

 

hoch über dem revuetheater hing

der rostende colt des mondes in seinem halfter.

die limousinen glitten lautlos vorüber –

langgestreckte, weiße labyrinthe.

 

die kalten haifischaugen der swimming-pools ...

noch heute sehen wir mit geschlossenen augen

die leuchtreklamen und die bunten lichter

der stadt, die blinkt und blinkt, um nicht schlafen zu müssen

 

die nacht ist in uns

 

Jan Wagner

Jan Wagner, Selbstporträt met Bienenschwarm. Ausgewählte Gedichte. Fischer TaschenBibliothek. München 2019

Submit to FacebookSubmit to Twitter