door Len Borgdorff, 28 mei 2019

De man in het gedicht van Les Murray die zo moeizaam bezig is zijn teennagels te knippen, doet me erg denken aan de dichter zelf. Ik vertelde het vorige week al. Hem zag ik in gedachten met veel moeite de weggeschoten nagelclipper onder de bank vandaan halen om daarna als hovenier van zijn eigen teennagels het werk voort te zetten.

 

[…] en snoeit

de hoornen uitwas die de planken

met grijze kever-bix bestrooit.

 

Kever-bix, zou dat gif zijn? Ik vermoed het. Ik ken wel biks, dat is veevoer. Maar kevers bestrijd je doorgaans. Waar het ook op lijken moge, het zijn nagelsplinters.

 

 

Gisteravond kwamen ze elkaar tegen: de man die zijn teennagels knipt en de vrouw die uitsluitend bestaat uit het kennen van de onderkant van kast en ledikant. We mogen haar telkens ontmoeten in Werkster van Gerrit Achterberg.

 

Lees gedicht

 

WERKSTER

 

Zij kent de onderkant van kast en ledikant,
ruwhouten planken en vergeten kieren,
want zij behoort al kruipend tot de dieren,
die voortbewegen op hun voet en hand.

 

Zij heeft zichzelve aan de vloer verpand,
om deze voor de voeten te versieren
van dichters, predikanten, kruidenieren,
want er is onderscheid van rang en stand.

 

God zal haar eenmaal op Zijn bodem vinden,
gaande de gouden straten naar Zijn troon,
al slaande met de stoffer op het blik.

 

Symbolen worden tot cymbalen in de
ure des doods - en zie, haar lot ten hoon,
zijn daar de dominee, de bakker en de frik.

 

Gerrit Achterberg

De werkster en de man die zo op Murray lijkt, kropen beiden over de vloer, zo verdiept in eigen besognes dat de een de ander pas zag toen hun hoofden tegen elkaar bonkten. Ik zag het gebeuren terwijl ik in de auto voor het stoplicht stond te wachten en nadacht over de metafysica in het gedicht van Murray en dat die me zoveel sympathieker is dan wat je op dat front tegenkomt bij Achterberg.

Want het samentreffen was natuurlijk wel een ontmoeting op hoger niveau. En toen zagen ze elkaar.

 

Ooit was het anders, ook toen ik allang wist dat Achterberg als persoon nou niet zo’n leuke knul is geweest, maar zijn werk is me een beetje tegen gaan staan. Dat had te maken met de monomane manier waarop hij al zijn literaire gereedschap inzette om uitdrukking te geven aan de specifieke weg die hij meende te moeten gaan om van het vergeefse en gebroken hier en nu in een hogere en hele wereld te geraken. In Werkster mislukt dat overigens ook weer, maar een beetje anders dan doorgaans het geval is bij Achterberg. Hier lijkt zijn missie geslaagd en heeft hij de code om in de andere wereld te komen gekraakt. Maar dit is toch niet de andere wereld waarnaar hij op zoek was?

Bovenstaande alinea geeft aan wat ik op Achterbergs poëzie tegen heb: het is een kunstje, een spel van woorden en beelden, maar dan wel een verbeten spel.

 

Gelukkig heeft de werkster nu de nagelknipper ontmoet, een dichter die haar bevrijdt uit de ketenen van haar maker. Een liefdevolle dichter wiens gedichten zo somber, hard en meedogenloos niet konden zijn of er siepelde iets door van net een beetje verder dan dat.

Bedoel ik hemels licht? Dat zijn te grote woorden, die meer verhullen dan onthullen. Voor de onthulling kun je beter terecht bij een dichter die op zoek is naar zijn nagelclipper.

Enfin, wachtend voor een stoplicht langs de Kardinaal de Jongweg mocht ik er getuige van zijn hoe de werkster haar dichter mocht ontmoeten. Er gebeuren mooie dingen. In hemel en op aarde.

 

Deze In Poësis is een vervolg op nummer 159.

 

Gerrit Achterberg, Verzamelde gedichten. Querido, Amsterdam 19673

 

Les Murray, vertaald door Dorien de Vries en Maarten Elzinga, in Liter 77, maart 2015. Het origineel is later verschenen in Waiting for the Past, Farrar, Straus and Giroux, 2016.

Submit to FacebookSubmit to Twitter