‘Waar blijft U met Uw wonderen, met Uw almachtige wil, Uw bliksem en Uw donderen, waarom blijven ze stil’, zong de gemeente uit volle borst in de jaren ’60 toen de kerken in Nederland op zondagmorgen nog lekker gevuld waren met gelovigen. Maar er was al onrust en een hoop gedoe. De tegenstelling ‘verticaal of horizontaal geloven’ leek onoverbrugbaar. Het onbetwijfeld geloof, dat de bijbel van kaft tot kaft leest als Gods woord, werd een rariteit omdat steeds meer gelovigen ontdekten dat de bijbel gewoon een boek is met verhalen die soms gewelddadig, vaak onbegrijpelijk en vooral wetenschappelijk onjuist zijn. Bovenaan de agenda van al die geloofskwesties stond na de Tweede Wereldoorlog de oecumene.

 


Het begon allemaal zo veelbelovend met een Nederlandse theoloog die carrière had gemaakt in de internationale christelijke jeugdbeweging (YMCA) en de internationale christelijke studentenbeweging (WSCF). Medio jaren twintig vestigde hij zich als pionier in Genève waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen en werken. Over hem verscheen een biografie met de titel Een leven voor de oecumene. Ik heb het over Willem Adolph Visser ’t Hooft (1900-1985) die de eerste secretaris-generaal werd van de Wereldraad van Kerken. In korte tijd had hij zich opgewerkt tot een man die de regeringsleiders mocht ontmoeten, bij hen aan tafel zat en zich met de belangrijke politieke kwesties bemoeide. Of het nu de Apartheid in Zuid-Afrika was, het communisme in Oost-Europa of de derde wereld. Zijn visioen was een wereldkerk die de aarde moest verlossen: het koninkrijk Gods. Hij begon zijn werkzaamheden in 1938 met een oproep aan de kerken om het antisemitisme af te wijzen en Joodse vluchtelingen op te vangen. Maar, aldus biograaf Zeilstra, ‘men voelde zich vooral verantwoordelijk voor tot het christendom bekeerde etnische Joden en speciaal voor de predikanten onder hen’. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat ’t Hooft in Genève en van daaruit was hij actief betrokken bij het helpen van vluchtelingen, had hij contact met de Nederlandse regering in Londen en werkte hij samen met de verzetsgroep Vrij Nederland. Is het de tijdgeest dat ’t Hooft alleen bekeerde joden wilde helpen om aan de slachtpartij in Nazi-Duitsland te ontsnappen?

Kritiek
De biografie van Jurjen Zeilstra is kritisch en soms bijna venijnig over hoe de diplomaat en de theoloog elkaar in de weg zitten. Een kritisch geluid komt al in een vroeg stadium van de beroemde theoloog en dogmaticus Karl Barth. Hij verweet Visser ’t Hooft dat hij te verzot was geraakt op het beleggen van conferenties die eigenlijk niets bijdroegen aan het oplossen van de noden in de wereld. Dat schreef hij in 1935. Een paar jaar later verweet Barth zijn vriend dat hij teveel op zoek was naar politiek draagvlak in plaats van zijn nek uit te steken en de strijd aan te gaan. Maar Visser ’t Hooft ging voort op de door hem gekozen weg.

Zeilstra nuanceert en bekritiseert de verhalen die mede door Visser ’t Hooft zelf de wereld in zijn geholpen. En dat is soms ontluisterend. Kan de kerk zijn opdracht om de waarheid uit te dragen verbinden met het bedrijven van politiek? Hoe belangrijk is het om de oosterse kerken bij de missie van één Wereldkerk te betrekken als het communisme Oost-Europa tot een hel maakt en de kerk tot spreekbuis van de dictatuur? Voor Visser ’t Hooft was de keuze evident, omdat hij een groter plan voor ogen had. Aldus veranderde hij geleidelijk van een profeet die de wereldvrede predikt in een karakterloze diplomaat die het kwaad verdoezelt. Hij verdedigt zich tegen Barth met de zin: ‘Ik zal best weleens vuile handen maken, maar wat zal een mens daarover klagen als 99% van de christenen in dezelfde toestand zitten?’ Tsja, dat lijkt op de woorden van Pilatus die zijn handen in onschuld wast.

Verwachtingen
Zijn goede vriend kardinaal Willebrands werd in 1969 secretaris van het rooms-katholieke Secretariaat ter Bevordering van de Eenheid van de Christenen. Daarmee krijgt het verhaal een spannende plot met sterke scènes waarin iets openklapt of waarin juist het tegendeel gebeurt van wat je zou verwachten. Alles lijkt onze hoofdpersoon te lukken, zelfs de Oost-Europese kerken doen mee. En wat heeft hij daar niet voor moeten buigen en zwijgen en slikken. Rome moet als laatste over de brug komen en dan is zijn missie geslaagd. Met hoge verwachtingen ontmoet Visser ’t Hooft paus Johannes Paulus II. Willbrands is de aanzegger van zijn definitieve nederlaag. De paus zegt niets. Willbrands voert het woord. Na een uur is de ontmoeting voorbij. Het doek is gevallen. Visser ‘t Hooft moet het hoofd buigen voor de hiërarchie van Rome. Zoals Napoleon en Hitler zich hebben verkeken op de barre winter van Rusland, zo heeft hij de onneembare vesting van de moederkerk onderschat.

Zou de oecumenische gedachte oorspronkelijk zoiets zijn geweest als het verlangen van de protestant naar die tijd dat christenen deel uitmaakten van één kerk die nog niet zo hiërarchisch was en meer geworteld in zijn gemeente en zijn woestijnvaders? De protestantse kerk had in Visser ’t Hooft een leider die zich opstelde als de verongelijkte verloren zoon die helaas niet zo liefdevol wordt ontvangen door zijn vader, omdat deze nog steeds een wrok voelt door het schisma. Het verhaal van een leven voor de oecumene loopt parallel aan de ondergang van de kerk in Nederland. Wij leven in een seculiere samenleving waarin het vraagstuk van de eenheid der kerken niet wat je noemt hot is.

De laatste levensfase van ’t Hooft lijkt op die van King Lear, de vorst die geen afstand kan doen van zijn rijk. Hoewel zeer gelovig, ging Visser ’t Hooft zelden naar de kerk. Behalve als hij zelf moest preken. Uit deze indrukwekkende biografie komt hij op ons af als een trotse, zelfverzekerde, jaloerse en ook strenge man die met verve kon preken over nederigheid, over het kruis, het lijden, zwakte en breekbaarheid. Na zijn pensionering ging Visser ’t Hooft nog bijna dagelijks naar zijn oude kantoor, waar hij een iets kleinere kamer had gekregen. Dat was voor de medewerkers niet altijd even gemakkelijk en in de kantine zat hij steeds vaker alleen te eten. Uiteindelijk sterft hij eenzaam op de wc. Het is een jaar na zijn fatale ontmoeting met de paus. Net als Lear is hij veranderd in een meelijwekkend hoopje mens. Ik moest denken aan de romans van Marilynne Robinson die zich afspelen in Gilead. Hij zou een prachtig personage voor haar zijn zoals hij de laatste jaren van zijn leven slijt met al die herinneringen en wroeging over gemiste kansen.

Ronald Klamer

Jurjen Zeilstra, Visser 't Hooft – Biografie. Een leven voor de oecumene (1900-1985). Uitgeverij Skandalon, Middelburg 2019. €39,50.



Submit to FacebookSubmit to Twitter