IJzersterke en entelechische bespiegelingen

door Menno van der Beek, 5 april 2019

Op pagina 165 van deze bundel lezingen, of her en der voorgelezen opstellen, dat is maar hoe men het zien wil, van professor en schrijver Marilynne Robinson staat: ‘Toen de brave Engelsman John Winthrop in 1630 sprak over een stad op een heuvel, verzocht hij zijn toehoorders een modelsamenleving te stichten waarvan het slagen of mislukken in de hele wereld bekend zou worden’. Naar de nieuwe wereld gevluchte protestanten zouden daar een land van voorspoed, schoonheid en rechtvaardigheid in elkaar zetten waar de rest van de wereld een voorbeeld aan kon nemen, en het is misschien iets te eenvoudig voorgesteld. Het is de vraag in welke mate dat project gelukt is, en waarom dan niet, die Robinson in dit boek tegen het licht houdt. En op die manier komt dan als vanzelf de vraag welke keuzes wij zouden moeten maken, als landen en als individuen, aan de orde.

 

 

Over zichzelf schrijft ze in diezelfde lezing: ‘Onlangs las ik een kort overzicht van mijzelf en mijn werk in een artikel op internet. Er stond in dat als je via biomedische techniek een toonbeeld van onhipheid wilde produceren, het resultaat Marilynne Robinson zou zijn. […] ik ben in de zeventig, ik ben geboren in Idaho, ik woon in Iowa, ik doceer aan een openbare universiteit en ik ben belijdend calvinist.’ Het is misschien een kwestie van smaak, maar de met lang stijl grijs haar omlijste peinzende glimlach op de omslag zou eigenlijk best model mogen staan voor het nieuwe hip: dit is een vrouw die lang en goed over de dingen heeft nagedacht, en dan geduldig de achtergronden schetst en de route langs te vermijden denkfouten voor ons tekent.

Als Robinson geen prijswinnende romans schrijft, zoals Gilead en Housekeeping, dan schrijft ze overpeinzingen, zoals hier gebundeld. Gedachten die dan overigens ongeveer even complex en diepgravend zijn als haar romans glashelder en vanzelfsprekend zijn. Zoals ze in dit boek ergens opmerkt, als ze haar romans schrijft, dan luistert ze naar wat de hoofdpersoon, in haar geest ontstaan, haar wil vertellen, en wat daar waarachtig van is komt dan op papier. In haar essays gaat ze zakelijker te werk en neemt ze de lezer mee de diepte in. Ze neemt bevindingen van het darwinisme, subtiele vragen die de moderne natuurkunde oproept bij het denken over de consequenties van kwantumverstrengeling en kosmologische bevindingen over aard en ontstaan van het universum mee in de overweging. Ze komt vervolgens tevoorschijn met kritische vragen aan hen, die aan de hand van de stortvloed van nieuwe kennis alles willen terugbrengen tot toeval, voorspelbare reacties van zelfzucht en volstrekt materialisme. Dat ze het de lezer niet eenvoudig gaat maken moge blijken uit de introductie van de term Entelechie, opgebouwd uit de delen ‘en’, dat is, in,en een term verwant aan ‘Telos’, doel, en die ze dan zo definieert: ‘Het actieve principe van volledigheid of voltooiing in een individueel object’. Vroeger was ze er misschien mee weggekomen om ‘Ziel’ te zeggen.

Dit betekent bepaald niet, ondertussen, dat deze essays over de zin van het onderwijzen van de humaniora, over de rol van universiteiten, een frisse kijk op de geschiedenis, een gezond wantrouwen tegen hen die menen dat wat we nu weten onwankelbaar is, steeds in abstractie verdwalen. Wie de moed opbrengt aan haar strak formulerende hand de stukken door te lezen komt misschien op de gedachte dat die stad op de berg er nog in zit. Als we onze ogen open houden en een aantal dingen fors anders organiseren. In haar inleiding windt ze er al geen doekjes om: ‘Het is niet toevallig dat marxisme en darwinisme zich tegelijkertijd aandienden, twee vertellers van hetzelfde verhaal. Het wekt geen verbazing dat beide stromingen zich op precies dezelfde wijze te schande hebben gemaakt.’ En dan moet ze nog over het kapitalisme beginnen: ‘[de vraag is] of de mensheid gezien moet worden als doel of als middel. Het argument tegen ons onderwijssysteem is dat het geen werknemers oplevert die zijn uitgerust om mee te komen in de globaliserende economie [...] botter kun je het amper formuleren […] dat wij onze jeugd moeten opofferen om op nationaal niveau prestatiegerichte bekwaamheden te bevorderen, zonder dat ons ooit verteld wordt wie nu eigenlijk zullen profiteren van de winsten of voordelen’. En verderop: ‘Een coherentie als de economie tot nu toe heeft gerealiseerd kan [in de toekomst] niet worden verondersteld. [...] met de sterk toenemende rijkdom van de zeer weinigen [...] een paar anonieme personen die met hun geld spelen’. En ze heeft ook wel een diagnose: ‘De westerse beschaving nam een belangrijke plaats in tussen de wereldculturen door het uitdragen van het gevoel van grootsheid en rijkdom door middel van haar schilderkunst, poëzie, muziek, architectuur en filosofie. Maar tamelijk plotseling verloor dat grootse, oeroude project volledig zijn glans. Sindsdien heet het heilige een betekenisloze categorie te zijn. [...] Mijn stelling is dat de gedachte die wij modern noemen, intellectueel geenszins robuust en coherent genoeg is om bijvoorbeeld de metafysica en de theologie in diskrediet te brengen, hoewel dit wel gebeurde. ‘

Het boek zet de lijn van haar essaybundel van drie jaar geleden, De gegevenheid der dingen, min of meer naadloos voort, alleen: het gevoel van urgentie is misschien wat toegenomen – Robinson heeft, zoals bekend, een warme vriendschap met Barack Obama, maar de huidige president van Amerika ligt haar ongetwijfeld minder goed. En ook het intellectuele klimaat, waarvan zij veel verwacht, heeft het onder deze regering misschien zwaar. Maar Robinson houdt voorlopig stand, en dat is goed om te weten. Voor de fijnere nuances van haar gelijk is het misschien het beste de essaybundel aan te schaffen en die in kleine stappen, een essay per week bijvoorbeeld, te savoureren. Als die stad op de berg er nog in zit, dan zal er in elk geval stevig nagedacht moeten worden, hetgeen uitstekend kan onder leiding van Robinson. Er zijn wel vreemdere dingen hip geworden.

Marilynne Robinson, Wat doen wij hier. Over geweten, geloof, geluk en wat het betekent om te leven, De Arbeiderspers, Amsterdam 2018. 320 pagina’s, €23,99.

Submit to FacebookSubmit to Twitter