door Len Borgdorff, 4 april 2019

 

Het lijkt erop dat we de dagen van de gnoe achter de rug hebben. Een week lang heb ik niet gefietst omdat de regen maar naar beneden bleef draven en grijs werd voortgejaagd door ander grijs. De gnoe waaraan ik denk, leeft in Tanzania en heet blauwe gnoe. Jammer, want hij is vooral van een droef stemmend grijs. Hij leeft in kuddeverband, een mistroostige kudde. Een sombere, angstige, laagbijdegrondse wolk, een mistbank van wanhoop. Een aanhoudende regen, zoals vorige week.

 

 

Gnoe zijn is nooit een keuze, maar altijd een lot. Je kunt er voor kiezen om giraf te worden, of libel, of leeuw, of terriër, desnoods een mug die als ballerina kan dansen boven gras en dan ook nog eens gevaarlijk leeft, maar niet een gnoe. Grijs tussen ander grijs. Altijd tussen tientallen andere fietsers op weg naar je werk en moeten wachten voor een rood licht. Of doelloos grazen in de Kalverstraat, of en masse en in paniek wegvluchten voor een uitslaande brand die er niet is. Of allemaal tegelijk naar Zandvoort, al aan de zee. Ik heb een zwak voor gnoes. Misschien wel omdat ze een metaforische katalysator zijn. Met guppies heb ik dat minder.

Het is de angst van die beesten. Ze zien er zo droef uit. En dan verliezen ze ook nog eens hun individualiteit, met hun vlucht over de savannen. Dat kunnen spreeuwen ook hebben. Maar hun massa maakt juist vrolijk. Of ze nu al kwetterend bomen zwart en zwaar maken of Escherkrullen door de lucht trekken. Gnoes niet. Dat het beest in het Engels wildebeest heet, verbaast me. En dat het zelfs de naamgever mag zijn van een merk voor outdoorartikelen vind ik verbijsterend.

 

‘en zojuist zag ik aan de horizon

de eerste stofwolken verschijnen,

dat betekent dat de blauwe gnoes in aantocht zijn.’

 

In ´De blauwe gnoe en de giraf opnieuw´ maakt Bibi Dumon Tak een sportverslag van de gnoes. In ‘een peloton van zeker twintig kilometer’ rennen de dieren door Serengeti. Ze moeten een snelstromende rivier door. Op het land liggen leeuwen op de loer, in het water zijn het krokodillen. Het lijkt opnieuw het leven zelf wel, maar Dumon Tak geeft er een draai aan door er een wedstrijd van te maken, waarvan giraf GeeTee als reporter de kijkers thuis enthousiast verslag doet.

 

‘een grote stier ligt een hoornlengte voor op de rest,

maar gaat hij het ook redden?

Jaha, jaha, hij zet zijn hoeven aan land,

hij hijst zich de oever op.

We hebben een winnaar, kijkers,

en in zijn kielzog volgt de rest.’

 

Ik hoop dat de gnoes zich herkennen in het gedicht en vertederd napraten over het laatste beeld van de reportage:

 

‘en ach, rechts in beeld kunt u zien

hoe een kalfje zijn moeder weer vindt.´

 

Bibi Dumon Tak & Annemarie van Haeringen, Laat een boodschap achter in het zand. Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam/Antwerpen 2018.

Submit to FacebookSubmit to Twitter