door Len Borgdorff, 11 maart 2019

 

Het is maar goed dat ik niet bij de politie ben gegaan. Ondanks die prachtige BMW-motoren waarop agenten mochten rijden. Bij een inbraak zou ik oerendhard naar het verkeerde adres geracet zijn, naar de Molenweg en niet naar de Molenstraat. Zoiets.

Ik zou vijf minuten ontdaan naar de beschadiging van een geforceerde deur hebben staan kijken. Zou gebruld hebben waar ik moest sluipen of zachtjes hebben aangeklopt waar overrompeld had moeten worden.

 

 

Ik lees gedichten van Ester Naomi Perquin, gedichten over de politie.

 

Lees gedicht

 

Stil

 

Op het scherm lijkt zo’n seconde vaak een eeuwigheid.

 

Alsof het script werd uitgedeeld. Alsof er is gerepeteerd.

Alsof je alle tijd hebt na te denken over houding, rol,

je taak, het licht – alsof het vooraf al een filmpje is.

 

In werkelijkheid sta je zonder tekst achter de schermen.

Heb je één tel waarin je alles grijpt: je leven, je wapen,

je oordeel, je spijt. Eén tel, één beweging,

een stap, een hand, een hoofd.

 

Er is geen tijd. Er past geen antwoord na de vraag.

Je wacht of schiet.

 

Dit is de hele waarheid niet. Er is een making of

die niemand ooit vertoont.

Omdat Dick en ik zaten te praten terwijl meester van Beek de schooldag afsloot met gebed, werden we naar huis gestuurd met de opdracht om thuis te vragen of dat wel mocht, praten onder het bidden. Hoe ze daar thuis over dachten. We waren negen jaar, Dick en ik.

 

Eenmaal thuis zocht ik voortdurend naar een moment om het mijn moeder te vragen. Dat moest een moment zijn zonder broer of zus in de buurt, een moment ook waarop mijn moeder niet druk bezig was met iets anders. Af en toe leek het erop dat het zou kunnen, maar dan deed mijn tong het weer niet. Of ik wist ineens niet goed meer wat ik nou precies te vragen had. Of  dat gebeurde één keer, maar het was verschrikkelijkik dacht dat ik het al gevraagd had, maar het was niet zo.

Pas de volgende morgen kwam het ervan. De ontbijtboel was afgeruimd. Iedereen was de kamer uit, behalve mijn moeder. Ze stond bij de tafel.

‘Mam.’ Stilte.

‘Mam, meester van Beek wil weten of je ook, of je ook hardop mag meebidden als iemand bidt.’

Mijn moeder vond dat geen probleem. Maar ‘Dit is de hele waarheid niet.’ Het was de waarheid helemaal niet! En wat moest ik de meester nu vertellen?

Maar die vroeg niets. Die was het allang vergeten. Ik niet. Ik had mislukking op mislukking gestapeld. Ook met Dick heb ik er niet over gepraat.

 

 

Ester Naomi Perquin, Lange armen. Gedichten over de politie. Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam 2018.

Submit to FacebookSubmit to Twitter