door Els Meeuse, 22 februari 2019

 

De eerste lentezon wekt de hoofdstad tot leven. Terrasjes stromen vol. Ook wij strijken neer op een terrasje om wat zonnestralen op te vangen. Ondertussen ontspint zich een gesprek over geluk, liefde, rauw realisme, surrealisme en religie.

Franca Treur (1979) brak met haar debuut Dorsvloer vol confetti (2009) direct door bij het grote publiek. Daarna volgden de romans De woongroep (2014) en Hoor nu mijn stem (2017). Ook schreef ze de verhalenbundels X&Y (2016) en Slapend rijk (2018). Recent verscheen Regieaanwijzingen voor de liefde, dat is ontstaan uit verhalen die eerder in Trouw zijn gepubliceerd.

 

Foto: Ilja Keizer

 

 

Je schrijft in je nieuwe boek over de liefde en dan vooral over de vraag hoe we het vol kunnen houden in de liefde. Loek en Hanna hebben een relatie, maar de liefde lijkt af en toe ver weg te zijn. Zijn je personages gelukkig?

Dat is een lastig concept, gelukkig zijn. Gelukkig zijn is grotendeels een keuze. Het is een besluit om te denken: ik zie wat het allemaal niet is, maar ik kies ervoor dat dit ook iets is. Het bestaat niet om heel intrinsiek gelukkig te zijn. Er gaat een beslissing aan vooraf. Ik vind het wel geluk als je die keuze voor geluk kunt maken. Dan ben je je onrust kwijt.

 

Net zoals in je andere boeken, is er ook in dit verhaal een zekere afstand tot je personages, waardoor er iets van ironie doorklinkt.

Een beetje afstand tot mijn personages is er wel ja, dat heeft er ook mee te maken dat ik steeds heel snel een situatie moest schetsen om vervolgens iets te kunnen laten gebeuren. Een ironische ondertoon? Misschien ook wel een beetje. Maar het is niet zo dat ik eigenlijk het tegenovergestelde wil beweren. Het zit 'em voor een groot deel in de situatie zelf. Loek wil kunstenaar worden, omdat hij het idee heeft dat dit echt een beroep is waarin je jezelf kunt uitdrukken. Daarom zegt hij zijn baan op en gaat hij samen met zijn vriendin Hanna een script schrijven voor een speelfilm. Werk is voor de meeste mensen iets waar ze hun identiteit aan ontlenen, meer dan afkomst of sociale groep. Je maakt iets van jezelf via je werk. Maar dan moet je werk daar wel in voorzien. Als je een stomme baan hebt, dan zegt dat ook iets over jou. Dat is een recept voor ongeluk. Kunstenaars hebben dat altijd gethematiseerd: ik kan mijzelf in mijn werk uitdrukken. Loek streeft dat ook na, maar is onzeker over zijn creatieve talent. En vervolgens kan hij helemaal niet blij zijn met de geweldige baan die hem in de schoot wordt geworpen. Voor zijn gevoel capituleert hij voor de burgerlijkheid, terwijl je het hem zo gunt dat hij er gelukkig van wordt. De ironie zit in zijn situatie en in de ideeën die hij erover heeft.

 

Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een tekening van Olivia Ettema. We kennen haar ook al uit X&Y en Slapend rijk. Hoe zijn jullie elkaar tegengekomen?

Dat is toeval, (lachend) nee, het is leiding. We zijn bij NRC begonnen met korte verhalen. De eerste keer had ik ze opgestuurd naar degene die de achterpagina maakt. Toen het stukje was geplaatst, stond er ineens een tekening bij. Zonder overleg vooraf. Maar ik dacht wel meteen: hé wat leuk! Het viel ook op. Ik zag direct dat zij iets in de verhaaltjes las wat ik ook graag wil dat lezers eruit halen. Ze doet iets met de sfeer. Het is een gouden combinatie. Op een gegeven moment kregen we een langer project aangeboden bij Trouw. We wilden heel graag samen iets doen. Het verhaal gaat over werk en liefde, twee thema's waar mensen hun geluk aan verbinden. Grote thema's, waar ik per aflevering iets over kon zeggen, terwijl ik het qua verhaal klein kon houden. Ze zeiden bij Trouw namelijk niet: ‘Jullie krijgen een feuilleton voor een jaar.’ Dus ik kon niet vooraf een heel plot uitdenken. Sowieso zit je er een beetje mee dat mensen toch niet onthouden wat ze vorige week hebben gelezen. Ik heb geprobeerd ervoor te zorgen dat elke aflevering op zichzelf ook leuk genoeg was, en samen vertellen ze een groter verhaal.  Eline Vere is ook zo ontstaan, maar dat is al vanaf het begin veel groter opgezet. Dat was ook een totaal andere tijd. De stukjes verschenen elke dag en mensen lazen massaal die kranten.

 

Je schrijft over rauw realisme en surrealisme. Hoe zie jij die begrippen? Is je verhaal rauw realistisch te noemen?

Ja, ik zie het echt als rauw realisme. Het script dat Loek en Hanna samen schrijven krijgt een surrealistisch randje, terwijl het boek zelf rauw realistisch is. Surrealisme vind ik iets voor de kunst en voor mensen die aan het leven proberen te ontsnappen via de kunst of die gewoon geen andere problemen in het leven hebben dan die op hun papier komen te staan.

Mij heeft het surrealisme nooit zo kunnen grijpen. Ik wil niet ontsnappen, ik probeer me juist te verbinden met de wereld om me heen.

 

Het rauw realisme is altijd al in je schrijfstijl aanwezig, maar je ontwikkelt je wel steeds meer in die richting.

Ja, maar het is niet iets wat ik nastreef. Het gebeurt. Ik probeer wel nieuwe dingen uit. En ik ben op bepaalde vlakken ook echt wel vernieuwend bezig, maar het komt er altijd in die stijl uit.

 

Je zegt dat het surrealisme je nooit zo heeft kunnen grijpen. Zou dat ook nog te maken kunnen hebben met een bepaalde ontvankelijkheid voor religie of niet? 

Misschien wel. Ik ben super allergisch voor alle onzin die je verteld kan worden, zodat je de realiteit niet onder ogen hoeft te zien. Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat ik alle religie als onzinnig zie. Mensen komen tegenwoordig snel met het idee van: ik geloof niet in God, maar er is denk ik wel iets. En dat iets wordt dan snel iets troostends. Daar heb ik heel weinig affiniteit mee. Zeker als dat iets ook nog eens heel concreet wordt gemaakt met bizarre beelden. Iemand heeft mij weleens verteld: ‘Na de dood kom je op een plek terecht waar alles mooi zal zijn en waar je ook kunt skiën.’ Ik vraag me af of je dan zelf gelooft wat je zegt, al gun ik iedereen zijn particuliere fantasie. Misschien past het surrealisme in het verhaal ook gewoon bij iemand als Hanna, die een vrij klein leven heeft geleid.

 

In je verhaal oppert Hanna dat ze de personages in het script dat ze schrijven allebei een andere religie moeten geven. Als argument noemt ze dat religie de splijtzwam van de samenleving is. Je kiest er in dit boek voor om het niet centraal te stellen.

Religie is een verrassend interessant onderwerp om over te schrijven. In dit geval heb ik er gewoon niet voor gekozen omdat ik me meer wilde concentreren op werk en liefde. Natuurlijk moet er ook wel iets omheen zitten. Op een gegeven moment spreekt Loek met zijn vrienden af en zij gaan het dan met elkaar over politiek hebben. Ik vind het ook leuk om de actualiteit eraan te verbinden. Jongens praten met elkaar sowieso niet over de liefde, en voor mij was het leuk om een aflevering te maken over de politiek. Ik word geïnspireerd door wat ik zelf hoor en lees. Daarom komt er ook een wietkwekerij in het scenario voor.

 

Je laat Hanna zeggen dat gelovige mensen meer diepgang hebben. Loek is het daar absoluut niet mee eens. Hij vindt gelovigen volgers zonder mening. Met wie ben jij het eens?

Je mening daarover hangt sterk samen met je persoonlijke ontwikkeling. Loek heeft bewust afstand genomen van het geloof uit zijn jeugd. Hij kan dus niet gaan beweren dat hij afstand heeft genomen van de diepgang. Nee, hij heeft afstand genomen van het volgen van iets waar hij het helemaal niet mee eens is. Dat was een heroïsche daad. Je kunt het niet los zien van het perspectief. Hanna heeft die achtergrond niet. Zij denkt: religie geeft mensen diepgang. Gelovige mensen zijn niet alleen mensen voor zichzelf, maar ze zijn ook nog mensen in de ogen van hun god.

Persoonlijk denk ik dat oppervlakkigheid en religie prima kunnen samengaan. Gelovigen kunnen heel plat en simpel denken, en niet-gelovigen ook. Bij een gelovige wordt dat dan een kinderlijk geloof genoemd, wat positieve connotaties heeft, maar met diepgang heeft het niets te maken. Ik las net een manuscript van een nog uit te geven boek, waarin iemand worstelt met iets wat zij als kind heeft gedaan en wat vreselijke gevolgen heeft gehad. Die worsteling geeft de diepte aan het verhaal. Dat er steun wordt gezocht bij God snap ik heel goed. Maar het verhaal had het niet nodig voor de diepgang.

 

Op naar een roman met meer religie? Of juist niet? Heb je een idee voor een nieuw verhaal of nieuwe verhalen?

Ik plan nooit een boek over religie. Zowel Dorsvloer vol confetti als Hoor nu mijn stem zijn ontstaan terwijl ik eigenlijk met iets heel anders bezig was. Het leek me een cliché om het over een gereformeerde jeugd te hebben. Inmiddels heb ik het thema geaccepteerd als een thema van mij, maar ik heb geen concrete plannen voor een nieuw boek over geloven. Ik ben bezig met een project waarvoor ik nog geen hokje heb, iets persoonlijks, neigend naar non-fictie. Het is te vroeg om daar al veel over prijs te geven.

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter