door Len Borgdorff, 19 februari 2019

 

Je hoort me niet zeggen dat ik thuis nooit camembert eet. Zo is het niet, maar het ligt er wel dichtbij. En het zou anders moeten wezen, want ik houd van camembert. Een verblijf in Frankrijk kan ook niet zonder. Daar valt dan weer de kanttekening bij te maken dat het leven niet louter bestaat uit vakantie vieren in Frankrijk, fietsend met een tentje achterop. Alleen, als het weer zover is, dan heeft het daar wel alle schijn van. En daarbij hoort ook dat je in de supermarkt een rond doosje opent om met je duim op het verpakte goedje te drukken dat daarin zit. Die duim kan je iets vertellen over de rijpheid en daarmee over de smaak en de houdbaarheid van de camembert. Het is een ritueel en bij rituelen hoort het idee dat je in je leven nooit iets anders doet en deed dan dat te voltrekken. En zo kun je mij dus altijd op alle plaatsen in Frankrijk tegenkomen waar camembert wordt verkocht. Bij wijze van spreken dan, want behalve lekker is camembert ook een metafoor.

 

 

Mijn kennis van camembert is beperkt, ondanks die schijnbaar geroutineerde duim. Wel heb ik honderd jaar geleden al enkele keren nadrukkelijk gekeken naar mensen die de taal van camembert spreken om vervolgens eenzelfde doosje te kopen als zij deden. Verder houd ik rekening met de mate van rijpheid, met de temperatuur, want als fietser kun je te maken krijgen met een dagenlang onbedaarlijke zon en een koelboxje is er niet bij.

 

Maar het ritueel reikt verder. Het doosje mag dan niet zo aangenaam ruiken als de cederhouten kistjes waarin de sigaren van mijn vader vroeger lagen, mooi – en dus kwetsbaar – zijn ze wel, vooral die houten gevalletjes. En daarin vind je dan de camembert, geraffineerd verpakt in een folie, want als je de verpakte kaas uit het doosje licht en omkeert, is daar de betovering van de kunstige manier waarop de kaas is ingepakt. In ‘lakens van klamme gedachten.’ Eenmaal uitgepakt komt dat nooit meer goed. Dat is dan voorbij, voorgoed voorbij.

De camembert mag nog zo lekker zijn en, eenmaal aangesneden, nog lekkerder worden, bederf en andere manifestaties van het tekort dat al het leven beklijft, slaan onverbiddelijk toe. Nooit meer krijg je de kaas weer zo fraai ingepakt. Met de deksel op het doosje lijkt het nog wel wat, maar je voelt dat de inhoud ervan uit balans is geraakt.

 

Lees gedicht

De camembertmethode

Wakker. In een bed vol slaap.
Waarin je gedachten wegwoelt, zoals je vroeger
een kuil in zee wilde scheppen, met meisjeshanden
en vrouwendenken: waarschijnlijk weer niet genoeg
je best gedaan.

Of vermoeden dat je camembert bent. Zachtrond
en melkwit op temperatuur ligt te komen tussen de
lakens van klamme gedachten. Langzaam uitlopen.
Honger krijgen van de metafoor en dan
de koelkast leegroven.

Bijna voor het grijpen, woorden voor wat niet wil
gaan slapen. Woorden voor de oude kuil
in het water waarin je nooit kon verdwijnen.
Naast je een gedicht in diepe rust,
begint zachtjes te snurken.

Frouke Arns

 

‘Of vermoeden dat je van camembert bent.’

 

Frouke Arns zegt het nog voorzichtig. Het is geen vermoeden. Alle vlees is als camembert.

 

Afgelopen zomer fietsten we een Normandisch stadje binnen en stopten er voor brood. Tegenover de bakkerij was een pleintje met wat kramen, ook eentje met kaas. Er stond een even goed verzorgde als gerijpte dame achter. En ik vroeg haar een lekkere camembert. Ze reageerde aanvankelijk alsof ze een zuster van Pilatus was. ‘Tja, wat is een lekkere camembert,’ maar gelukkig was ze verstandiger dan haar denkbeeldige broeder. Met als resultaat dat wij onze fietstocht vervolgden met wat de lekkerste camembert bleek te zijn die ik ooit at. Dat was nog voor ik de dichtbundel van Frouke Arns las.

 

De camembert uit het doosje is verleden tijd. Herinnering. En dat niet eens van de smaak. Het marktpleintje zal er nog wezen, maar ik weet niet meer hoe het stadje heette en de dame van de kraam zou ik niet meer herkennen. Het doosje wel. Ik heb het op mijn bureau gezet en er wat rommeltjes in gestopt.

 

Een dichtbundel over camembert blijft langer goed. Deze wel.

 

Frouke Arns. De camembertmethode. Gedichten. De Arbeiderspers, Amsterdam / Antwerpen 2018.

Submit to FacebookSubmit to Twitter