door Len Borgdorff, 11 februari 2019

 

Dood, leven, stilstand en beweging, nat of droog, yin of yang, nacht dag, kut of lul, hemel of hel, god of duivel, arm of rijk. Allemaal abstracte tegenstellingen waar je geen zak aan hebt. Ik zeg het met opzet nogal plat. Ze zijn zo ontmoedigend nietszeggend. Pas als het ergens naar gaat ruiken, kan het wat worden. Vandaar dat de titel van de bundel van Frouke Arns me wel beviel: De camembertmethode. De omslagtekst met zijn ‘contrast tussen glanzende buitenkant en what lies beneath; weer niet. De gedichten gelukkig juist weer wel. Het omslag trouwens ook. Al weken wil ik iets met die tweeheid doen. Als het maar wel klein blijft. Maar ik blijf telkens haken achter de verkeerde regels, achter het verkeerde gedicht. Begrijp je dat?

 

 

Begrijp me goed, want het verkeerde gedicht is helemaal geen verkeerd gedicht, het is juist een goed gedicht. En die verkeerde regels zijn nou net de regels die mij te pas maar voor een stukje net niet te pas genoeg, en toch weer wel, door het hoofd spoken.

In het gedicht ‘Onder bomen’ zet een ‘wij’ de auto stil langs de weg. En die ‘wij’ dwalen twee strofen later tussen stammen. De ‘ik’ voelt later nog het knerpen van de naalden.

 

Lees gedicht

 

Onder bomen

 

We zetten de auto stil langs de weg
‒ het voortrazend landschap wordt rustig ‒
en draaien de raampjes open, misschien
dat de woorden nog kunnen verdampen.

We klimmen omhoog tot onze voeten
de bodem van bomen vinden, reusachtige rode
die, onverschillig voor wat ons beweegt, gestaag
doen wat bomen nu eenmaal doen: berusten.

We dwalen tussen stammen door. Nog voel ik
het knerpen van naalden, als broze eierschalen
van lang uit het nest gevlogen vogels. In de tijd
van het dralen verliest wat ons bezwaart stilaan gewicht.

Nu ik naast je wakker lig denk ik aan
hun eenzaamheid. Hoe zij zo dicht bijeen toch elkaar
nooit raken. Wellicht dat hun wortels innig verstrengeld
zijn. Ondergronds, onttrokken aan ons zicht.

 

Frouke Arns

 ‘[…] Nog voel ik
het knerpen van naalden, als broze eierschalen
van lang uit het nest gevlogen vogels.’

 

Die regels. Mooi hè. Ze doen het bijzonder goed op een bedje Kyrie uit Bachs Hohe Messe, merk ik nu, maar ook in een winters beukenbos.

 

Twee weken geleden viel er een dik pak sneeuw en ik wist niet hoe gauw ik mijn fiets en camera moest pakken om de sneeuwbui recht te doen door langzaam door beemd en bos te fietsen en regelmatig af te stappen voor een foto. Gevolg was wel dat toen ik via een omweg eenmaal bij de beuken aan de Beukenburgerlaan was aan gekomen, het een wonder mocht heten dat mijn vingers niet losgevroren in mijn handschoenen bleven steken. Functioneren deden ze amper meer. Maar daar zongen weer die regels door mijn hoofd: ‘Nog voel ik / het knerpen van naalden, als broze eierschalen / van lang uit het nest gevlogen vogels.’

Hier waren geen knerpende naalden, er was knerpende sneeuw. En daaronder lagen verdorde beukenbladeren en talloze hulzen van beukennoten. Het was ‘een tuin onbetreden’ en met elke stap die ik zette leek ik iets kapot te trappen. Kon ik maar zweven, een heel klein beetje maar, vier centimeter boven de sneeuw zou al genoeg zijn. Om niet dit broze dek en wat daaronder lag te kapot te trappen.

 

Er was nog iets. Het wemelde van de vogeltjes om me heen. Werkelijk honderden vinken, maar er zaten ook wel mezen tussen en kepen waren er ook. En ze maakten een ruime kring om me heen. Hoe onaanwezig ik ook wilde zijn, heel onnadrukkelijk hielden ze afstand van me, terwijl ik ten diepste een aardige vent ben, maar daarmee hoef je bij vinken niet aan te komen. Die weten dat mensen altijd hun voeten op broze eierschalen zetten. Ze kunnen niet anders. Die tweeheid van mensen, het zit er zo in gebakken. Al lopen ze op hun tenen: onder hun voeten knerpt het, van wat overbodig is maar daarom nog niet kapot hoeft. En ze reiken met hun menselijk tekort naar de vinken en de kepen.

 

Frouke Arns. De camembertmethode. Gedichten. De Arbeiderspers, Amsterdam / Antwerpen 2018.

Submit to FacebookSubmit to Twitter