door Len Borgdorff, 21 januari 2019

 

Mijn talent voor slapeloosheid raakte ik een kleine twintig jaar geleden zomaar kwijt. En zo is de nacht doorgaans een gebied waarin ik weliswaar vele uren doorbreng en waarvan mij overdag wel eens flarden kunnen aankleven, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Doorgaans, zei ik, want er zijn periodes dat ik midden in de nacht wakker word om vervolgens niet meer in slaap te komen. Een tamelijk late ontdekking van me is het om uitdrukkelijk te gaan luisteren naar de stilte. Dat was nieuw voor me, want in de nachten van ooit, met hun barre slapeloosheid, nam ik altijd wel even mijn toevlucht tot de zee. Dan hoorde ik de branding, het oprommelen en zich sissende terugtrekken van het water en de beelden van een nachtelijke zee kreeg ik er gratis bij. Nee, ik gleed er niet van in slaap. En dat was wel jammer.

 

 

Maar die tijden zijn dus voorbij. Nu komt de stilte mij te hulp. Ik hoor de stilte. Ik woon in een stad, een buitenwijk weliswaar, maar even zo goed, in de stad. En ik woon midden in die wijk. Op enige afstand wordt die wijk begrensd door spoorlijnen en verbindingswegen en daar kun je wel eens iets van horen. O ja, het slaapkamerraam staat open en ik moet toegeven: we slapen aan de achterkant. Dat neemt allemaal niet weg dat ik de stilte hoor. Ik zeg: ik hóór de stilte. De stilte is zijn eigen aanwezigheid. Zelfs als er onverhoeds toch een motor langs scheurt in de verte of onder het raam zich een kat opblaast tegen een soortgenoot, zelfs als mijn bedgenoot begint te snurken, dan nog hoor ik die stilte.

 

Er is meer: de stilte krijgt ook vorm. Het is een grijs vlak, liever: een grijze cilinder om me heen. Stel je Panorama Mesdag voor, maar dan grijs, geen enkele tekening, alleen grijs.

De stilte is ook een positie, want je moet er niet voor midden in de cilinder staan, maar meer naar de wand toe. En je ziet het verloop van de cilinder ook niet, maar wel de kromming van de wand die geen wand is. Zo kijk je er ook naar, naar een deel van een wand, een hoorbare wand dus. En aan die wand ontwaar je schilderijen die je dus van de zijkant waarneemt. Grijze schilderijen, dof maar met een Rothkoachtige diepte. Ja? Stilte als aanwezige muziek van de afwezigheid, als een uitstalling van een zacht ontbreken en dat in allerlei gedaanten.

 

Soms lig ik te hopen dat ik niet in slaap val om terecht te komen in dromen waarvan ik overdag onverhoeds een flard kan tegenkomen.

 

Dat van die aanwezige en zichtbare en aangename stilte past niet bij mijn dagprogramma. Ik denk er nooit aan, maar ineens piepte die tevoorschijn bij deze regels van Hertmans:

 

‘Je schrijft niet meer, je leest alleen maar,

je ogen glijden over het papier,

vol van onzichtbaar luisteren

is de nacht,

geen schim is trouw gebleven.’

 

Deze woorden zijn ook wel een beetje verontrustend; dat kom je in mijn nachtexpositie niet tegen. En dat waarnaar ik luister in de nacht is juist wel zichtbaar.

 

Vreemd genoeg doet de rest van Hertmans' gedicht me juist denken aan de nachtelijke belevenissen waarvan ik blij ben dat ik er van wakker word. Om even naar de wc te gaan bijvoorbeeld, en daarna om mijn gemak het plaatje van de stilte weer op te zetten, een langspeelplaat, op zestien toeren.

 

Lees gedicht

 

Een hond in de verte horen blaffen

terwijl je leest, met in de lucht

een ster van bloedrood koper,

de omloop van het kwade in je droom,

wat je van de kalender hebt gescheurd

toen je nog hoopte,

de lichte gestalte

in de open deur.

 

Je schrijft niet meer, je leest alleen maar,

je ogen glijden over het papier,

vol van onzichtbaar luisteren

is de nacht,

geen schim is trouw gebleven.

 

Maar als je eraan denkt

hoor je het blaffen in je hart

terwijl je blindweg woorden bij elkaar

veegt tot een naam ontstaat.

 

Ooit zal je lezen dat je er niet bent geweest,

omdat een ander droomde dat

je hem had aangeraakt.

 

Dan zal je even weer geloven,

je weet alleen nog niet in wat.

Het oude litteken plooit zich open

als een zwarte wrat.

 

Je hoort de honden blaffen in de verte.

Het is nacht.

 

Stefan Hertmans

 

Stefan Hertmans, Onder een koperen hemel. Gedichten. De Bezige Bij, Amsterdam 2018.

 

Op de foto: Rothko Chapel in Houston.

Submit to FacebookSubmit to Twitter