door Len Borgdorff, 14 januari 2019

 

Zegt Henk op Nieuwjaarsmorgen: ‘Ik heb dit jaar nog niets verkeerds gedaan.’ Zeg ik: ‘En ik morgen ook nog niet.’

Maar als ik later die ochtend Facebook aanklik, blijken tientallen mensen mij te hebben gefeliciteerd met mijn verjaardag. Op 1 januari werd ik 101.

 

 

Een deel van de mij feliciterende mensheid weet dat de datum niet klopt en veronderstelt blijkbaar dat ik een geintje heb uitgehaald, want o, o, o, wat ben ik een grappenmaker! Een ander deel constateert dat de leeftijd niet kan kloppen en beklaagt zich er in stilte over dat ik ook in het nieuwe jaar allerlei flauwigheden zal debiteren. Anderen beklagen zich over mijn onthutsende verstrooidheid en technisch onvermogen. Maar weer een ander deel feliciteert mij zonder er verder iets bij te denken, zonder de mededeling ook maar goed te lezen. Het begint te schrijnen als Ine zich verontschuldigt. Ik had haar die ochtend al gesproken en gekust (nieuwjaarsdag immers), maar ze had mij toen niet gefeliciteerd met mijn verjaardag.

Maar ik was ook helemaal niet jarig!

Terwijl de oliebollen van 2018 nog niet allemaal zijn verorberd, nog voor ik mag genieten van de eerste lunch die 2019 mij te bieden heeft, word ik overweldigd door een besef van zondigheid en grenzeloos tekortschieten.

Weer springt er een felicitatie op het scherm. Dit kan niet, dit mag ik mensen niet aandoen: slachtoffer worden van mijn domheid. Ze zullen zich schamen als ze merken dat het bericht van mijn honderd en eerste verjaardag op de eerste dag van de eerste maand van het jaar niet klopt. Dat hadden ze toch moeten zien, zullen ze denken. Ze zullen zich generen. En dat komt door mij.

Komt er nog een berichtje van iemand die veronderstelt dat ik het berichtje van mijn verjaardag heb geplaatst omdat ik behoefte heb aan extra aandacht. Op dat moment heb ik de deur van mijn werkkamer met een harde klik dichtgedrukt en zit ik beschaamd en ontredderd met mijn tablet op schoot in mijn schulp onder het bureau.

Daar, wéér een hartelijke felicitatie. En nu gaan er twee met elkaar in gesprek over de juiste datum. Alsof ze bij mijn graf staan. ‘Heb jij de geboortedatum van Len nog gekend?’ Zoiets.

Ik ben meneer Tiennoppen geworden, uit het verhaal van Harry Mulisch.

 

‘Radeloos vernielde de heer Tiennoppen zijn strohoed. Wat moest hij doen? Het volk zong en verlangde – mocht hij het in de waan laten? Het was hem of de verantwoordelijkheid van de planeet in zijn nek rustte. Alles was immers zijn schuld, zijn schuld! Zijn schuld?

‘Hiep-hiep-hiep…!’ schreeuwde de gepensioneerde – en heel de wereld riep hoera.’

 

Moest ik het uitleggen? Maar hoe? Had het zin? Vorig jaar haalde ik mijn geboortedatum van Facebook. Mensen hoefden niet via dit toch zeer bedenkelijke medium aan mijn verjaardag herinnerd te worden of daarvan op de hoogte te worden gesteld. Maar ik zag nergens iets waarmee ik die datum kon verwijderen. Ik heb toen de juiste datum veranderd en me voorgenomen er eens een van de kinderen naar te laten kijken. Dat is niet gebeurd. Nooit meer aan gedacht. Tot 1 januari 2019, die dag die begon met de verkeerde aanname dat ik dat jaar nog niets fout had gedaan.

Met een quasi grappige, niet al te herkenbare foto probeer ik het wankelende universum weer in balans te krijgen, probeer ik te voorkomen dat nog meer mensen struikelen door mijn domheid. Ik moet toch iets!

 

Maar het bericht staat er nog niet of er komt alweer een felicitatie binnen.

 

‘‘Ik spreek de waarheid,’  kermde hij [Tiennoppen] nog, terwijl een agent hem buiten het kordon sleurde. Hij draaide zich om en stond oog in oog met het woedende en lachende volk.’ 

Harry Mulisch, Kroonprins, in: Het mirakel. NV De Arbeiderspers, Amsterdam 19627.

Submit to FacebookSubmit to Twitter