door Len Borgdorff, 10 december 2018

 

Op 18 oktober 1972 kocht ik de bundel Stemmen van P.C. Boutens. Het was een redelijk zonnige maar ook wat koele dag, ca 11 graden, en er was een matige wind met krachtige windstoten af en toe tot wel 42 km per uur. Dat betekent dat ik af en toe flink heb moeten doortrappen achter de duinen langs, van Den Haag terug naar Monster.

 

 

Ik weet er allemaal niets meer van. De genoemde weersomstandigheden vind ik terug via internet en op de zogenaamde Franse pagina van de bundel noteerde ik indertijd dat ik die op die dag kocht. Ik zette er mijn naam in en gaf het boek een nummer. Dit was boek 316. Zowel met het een als met het ander ben ik al heel lang geleden gestopt. Boeken komen nu doorgaans anoniem in de kast en tellen doe ik niet meer.

In deze bundel staat dat wel allemaal. En kan ik reconstrueren dat ik het boek kocht op een woensdag en waarschijnlijk was het toen herfstvakantie. In die tijd dook ik af en toe de bibliotheek in van het Rode Kruis, een kloek pand aan de Laan van Meerdervoort. De kasten voor de literatuur met een grote L puilden uit. Daarvan werd nooit iets uitgeleend, maar de cheffin daar, Ans Muiderman, kon het niet over haar hart verkrijgen die boeken zomaar weg te doen. Ik kwam daar terecht, om die literatuurkasten te kuisen en te saneren. Daarvoor kreeg ik per uur vrijwel niets, maar ik kon me in natura laten uitbetalen in boeken. En dan lag het plotseling heel anders. Ik denk dat ik voor Stemmen niet meer dan 20 cent heb ‘betaald’. Het boekje lag toen al uit elkaar en roestvlekken zaten er ook al in. Hier en daar heb ik een plakbandje gebruikt en over het omslag heb ik toen, de schande, een velletje plakplastic getrokken. Ik zie trouwens dat ik de naam van de vorige eigenaar heb weggekrast met een mesje. Dat vind ik erg jammer.  Daaroverheen staan nu dus mijn eigen naam en die datum.

 

Bij de laatste vergadering van Liter die ik voorzat vorige week nam ik de bundel mee. Om er het gedicht ‘Lethe’ uit voor te lezen. Zou na mijn vertrek uit de redactie niet ook voor mij het grote vergeten nog verder doorzetten, eer d’avond vallen zou?

 

Lees gedicht

 

Lethe

 

‘Hoe over 't brandend blind bazalt

Vind ik den weg naar Lethe? -

O alles te vergeten

Eer de avond valt!

  

Ik weet dat dood en donker komen

Als dit schel daglicht is gebluscht,

Maar ik wil diepe klare rust

En zonder droomen.

 

Voor wie als ik van kind tot knaap,

Van man tot grijsaard derven,

Voor die is dood en sterven

Maar verontruste slaap...

 

De zoete macht tot lach of traan

Gaf mij en nam mij 't leven.

Alleen mijn oogen bleven

Kijken, mijn voeten gaan.

 

Hoe vaak sindsdien waar 'k zat en ging,

Is langs mijn wakende oogen

De lange trein getogen

Van aller lust herinnering.

 

Wat moet ik aldoor zien wat 'k weet?

Al 't reddeloos volbrachte,

Al 't reddeloos gedachte:

Gelijk is wat ik liet en deed!

 

O eer de dood mijn leden bind'

En hen voor eeuwig bedde, -

Wat zal mijn oogen redden

Van dezen droom die immer nieuw begint?:

 

O blanke ziel, o roode bloed,

O hart verdwaald daartusschen, -

Wie zal in slaap u sussen

Tezamen en voorgoed?

 

Mijn voet kan vóor den avondval

Nog vele mijlen reizen,

Wil éen den weg mij wijzen

Naar Lethes dal.

 

Wie over 't brandend blind bazalt

Brengt mij naar Lethe? -

O alles te vergeten

Eer de avond valt!’

 

P.C. Boutens

 

Bij het voorlezen van de vierde strofe kan ik mijn lach niet langer inhouden:

De zoete macht tot lach of traan

Gaf mij en nam mij 't leven.

Alleen mijn oogen bleven

Kijken, mijn voeten gaan.

 

Maar twee strofen verder, heb ik mezelf weer een beetje in de hand:

Al 't reddeloos volbrachte,

Al 't reddeloos gedachte:

Gelijk is wat ik liet en deed!

 

Dit is toch wel heel erg mooi.

En dan is er die door het leven, door het vele lezen, gehavende bundel zelf nog. Mijn editie heeft een slap kaft. Mooi Gelders papier. Een druk is niet vermeld. De bundel kan zomaar uit 1907 komen. Hij is ooit opengesneden. Dat is netjes gedaan, maar wat moet er veel in gelezen zijn. En ooit heeft iemand in de bundel zitten tekenen. Zo is er de fraaie schets op het beduimelde schutblad.

 

De tekeningen maken deze bundel onvervangbaar, maar wat is er toch een mooi drukwerk afgeleverd in die eerste decennia van de twintigste eeuw. Op Boekwinkeltjes zie ik dat er van Stemmen enkele tientallen oude exemplaren worden aangeboden. Ze zullen allemaal in een betere staat verkeren dan mijn exemplaar. Als ik dit stukje zou lezen, zou ik het wel weten en meteen een exemplaar bestellen. Ze kosten bijna niks. Doe het maar meteen, liefst eer d’avond valt, want anders vergeet je het nog.

 

P.C. Boutens, Stemmen. P.N. van Kampen & Zoon, Amsterdam [z.j.]

Submit to FacebookSubmit to Twitter