door Len Borgdorff, 23 oktober 2018

 

Ik ben niet waar ik ben. Ik lig te griepen in mijn bed én ik bezoek vandaag het graf van mijn moeder. Zij zou vandaag honderd jaar geworden zijn, als ze niet was overleden op de eerste kerstdag van 2015. Maar ik lig dus in bed als mijn mobieltje tingelt. Er komt een foto binnen van het graf van mijn ouders, met verse bloemen. Van het kerkhof in Monster, waar we hadden afgesproken vandaag, mijn broers, mijn zus en ik.

 

 

Anna Margaretha Borgdorff – van der Kruk. De letters van haar naam zijn een fractie kleiner dan die van mijn vader. Je ziet het amper, maar er mocht niets afgekort worden, vonden wij. Wij zijn niet van de afko’s.

Anna Margaretha, ik kan me zo beroerd niet voelen of ik wil weten hoe ze aan die naam komt. Dus ik hijs me overeind en sla de hand aan mijn digitale glasplak.

 

Mijn moeder hield van verklaringen. Ik lachte haar er vaak om uit en dan lachte ze mee, maar ze kon het niet laten. Mijn vaders plezier in alcohol en zijn gemak om in eerder gemaakte fouten te vervallen, dat had allemaal te maken met het feit dat hij in Brabant was geboren en getogen. Alsof ze daar allemaal drinken en de biecht gebruiken om vooral niets aan eventueel kwalijke neigingen te hoeven doen. En dan nog: hoe Brabants is Dinteloord en hoe Rooms was het gereformeerde Flakkeese nest waarin hij oprgroeide? In de tweede helft van de achttiende eeuw bleef er op Flakkee een Duitse seizoensarbeider hangen en zo kwam de naam Borgdorff hier terecht. Iedereen met die achternaam is en blijft Duitser. ‘Wat een rare naam voor een leraar Nederlands,’ kreeg ik af en toe te horen. Niet van mijn moeder uiteraard, wel van een ander deel der natie. Maar de Duitse herkomst verklaarde volgens mijn moeder wel het typische loopje van mijn vader. Want zo liepen Duitse mannen vaak, met zo’n buikje en dan die gekromde vingers. ‘Nee moe, die man had als kind de Engelse ziekte, weet je nog wel. Vandaar dat loopje.’ ‘Ja, stom van me, je moet ook niet naar me luisteren.’

 

Mijn moeder werd vernoemd naar haar grootmoeder die geen 97 geworden is zoals zij, maar 24. Nu, hier in bed, ontdek ik dat die op haar beurt werd vernoemd naar een grootmoeder. En dat was, zie ik opeens, de dochter van Duitse ouders die vanuit de omgeving Fürstenau hun heil zochten in het Westland. Op haar beurt werd deze Anna Margaretha naar haar moeder, Anna Margaretha Schenke. Verder kom ik niet, wel zie ik dat het daar in Duitsland wemelde van de Anna Margaretha’s. We zitten dan in 1750.

 

Mijn moeder werd, bij wijze van spreken, verwekt, gebaard en begraven in de duinen. Ze trouwde in de duinen, leerde er haar kinderen kruipen en wegfietsen, begroef er haar man. Wij dachten dat voor haar en al haar voorzaten gold dat het duinkonijnen waren, tot in hun diepste vezel. Hier in bed realiseer ik me dat daar, niet ver van de duinen een vrouw begraven ligt onder een steen met daarop haar naam, niet alleen een door de echt verkregen onhollandse achternaam, maar ook met een Duitse voornaam die genetisch bepaald is. Mijn moeder zou erom gelachen hebben, denk ik. En even later zou ik haar horen zeggen: ‘O, vandaar die moeilijke voeten. En die liefde voor soep.’

 

Ik lig in bed, want ik ben ziek. Daarom hoef ik nu niet terug te rijden van het kerkhof in Monster naar hier. In plaats daarvan pluk ik een boekje van Hofman van het tafeltje naast me. Wikkepokluk, bladzij 112.

 
Ze kwamen in een land waar alles net anders was.
Als de zon onder moest gaan, dan kwam hij net op.
Als hij eigenlijk op moest komen, ging hij net onder.
En als je dorst had, dan had je geen dorst.
En als je vijf kilometer moest lopen, dan hoefde je helemaal geen vijf kilometer te lopen.
Koning Wikkepokluk en zijn onderdanen bleven er dan ook niet, want ze kwamen er helemaal niet.
Want als je er was, dan was je er niet.

 

En als ik dat gelezen heb, pak ik een pen en een schrift en schrijf: Ik ben niet waar ik ben. Ik lig te griepen in mijn bed.

 

Wim Hofman, Wikkepokluk. Querido, Amsterdam 19935*.

 

* Ik zou vooral een andere druk proberen te pakken te krijgen, want het is eerder en later veel fraaier uitgegeven dan bovengenoemde JeugdSalamander. De boeken van Hofman zijn meestal veel meer dan een leesfeest. 

Submit to FacebookSubmit to Twitter