door Len Borgdorff, 3 juni 2016

 

De titel van elk stukje in deze serie is een citaat uit een gedicht. Daarmee gaat Len Borgdorff vervolgens vrijelijk aan de slag.

 

Onze telefoongesprekken duren lang en gaan over gewichtige zaken. Dat zal niemand die ons kent verbazen, want wij zijn ernstige mannen, Steven* en ik. Anderen zouden veel van ons kunnen leren, van onze ernst niet alleen, maar ook van de snelle wijze waarop wij zaken afhandelen als dat kan en van de minutieuze wijze waarop wij kwesties van alle mogelijke kanten bekijken om vervolgens een besluit te nemen of te besluiten dat juist niet te doen. Dat neemt niet weg dat aan het persoonlijke geluk van de ander ook ruim aandacht wordt besteed, zij het nooit eerder dan na twintig minuten. Zo weet ik dat ook een mooi ontwerp bijdraagt aan het geluk van Steven en nog gelukkiger wordt hij als het gaat om een ontwerp voor een dichter die hem na aan het hart ligt. Daar horen dode dichters bij als Herman de Coninck en Jan Eijkelboom, maar gelukkig ook levende, zoals Hester Knibbe en Luuk Gruwez.
Toen Steven bezig was met het ontwerp voor de bundel Wijvenheide ontaardde ons zo beheerst begonnen telefoongesprek in gehik en geproest toen Steven het titelgedicht probeerde voor te lezen.

 

Wijvenheide

Lees gedicht

 

Wijvenheide

 

Voor Totie

 

Laat ons naar Wijvenheide gaan.
Hoe jammerlijk dat afstanden bestaan,
maar wie per se naar Wijvenheide wil,
komt ook in Wijvenheide aan.

 

Laat ons naar Wijvenheide gaan.
Daar strijken karekieten neer.
De rietpluim wuift wie straks weer
weg moet, nu al uitgebreid ten afscheid.

 

Laat ons naar Wijvenheide gaan.
In Wijvenheide ligt een groot geheim:
de zilverreiger broedt er op een spiegelei.

 

Luuk Gruwez

 

 

Uit: Luuk Gruwez, Garderobe. Een keuze uit zijn gedichten. Amsterdam – Antwerpen 2015, derde uitgebreide druk.

Als ik de avond na ons gesprek twee straten verderop loop, zingen de woorden door mijn hoofd: ‘[…] maar wie per se naar Wijvenheide wil, / komt ook in Wijvenheide aan.’ Ik loop grinnikend verder.
En ik grinnik een paar weken later weer als ik, opnieuw ’s avonds, door die straat loop. Weer hoor ik Steven en de Wijvenheide, in de straat waarvan ik in gedachten het zuidelijkste deel omdoop in Wijvenheidelaan.
Een paar weken geleden was ik bij Steven thuis, ver van mijn Wijvenheidelaan en nog veel verder verwijderd van het Belgische natuurgebied met die naam. We zaten aan tafel voor een boterham met kaas en eentje met spek. Op de hoek van de tafel lag Garderobe, een nieuwe herdruk van Luuk Gruwez’ verzamelbundel. Ik keek op, keek over uitgestrekt land en zag hoe karekieten neerstreken, zag het wuivende riet en daar, daar, een broedende zilverreiger. ‘Moet je kijken, Steven, wat ik zie.’ Steven zag het ook. ‘Dat is Wijvenheide!’ riep hij uit.
En hoewel we opnieuw in lachten uitbarstten, bleven de karekieten rustig zitten.

 

 

* Steven van der Gaauw is redactielid en vormgever van Liter en vormgever van veel dichtbundels.

Submit to FacebookSubmit to Twitter