door Len Borgdorff, 29 januari 2016

 

Nu mijn oog er eenmaal op is gevallen, kan het niet anders of ik kijk ernaar, zie het en erger me. Misschien helpt het om erover te schrijven.
Op nummer 12 staat een groot schilderij op de rugleuning van de bank. Al maanden. Het zal de bedoeling zijn dat het boven die bank komt te hangen en dat kan makkelijk, want de muur is nog leeg. Of het een mooi schilderij is, kan ik niet vertellen. Ik heb er nooit goed naar gekeken. Niet alleen omdat het geen pas geeft om zo uitgebreid bij mensen naar binnen te gluren, maar ook omdat de voorlopige positie van het schilderij mij te veel afleidt.
Ik kan ook niet goed zien of een kamer mooi is geworden, zolang er nog een ladder in die ruimte staat of een open verfblik.
‘Vind je dit een mooie jurk,’ vraagt Mente weleens als ze mij meegekregen heeft een kledingzaak in. Dat kan ik niet zien. Daarvoor moet ze hem aantrekken. En als ze dat heeft gedaan, weet ik het nog niet, want ik kan pas wat zeggen van die jurk als ik Mente er in haar gewone ambiance, dus thuis, in zou zien. Als ze van de keuken naar de gang zou lopen bijvoorbeeld. Ik zou opkijken van de bank en haar ineens zien, in die nieuwe jurk. Ja, dan zou ik kunnen zeggen: ‘Wat zie je er weer prachtig uit.’ Zoiets.
Maar nu dat schilderij op nummer 12. Zoals het daar staat, staat het me in de weg. Het is kinderachtig van me. Het spijt me. Ik moest het even kwijt.


In de rubriek 'Buren' schrijft Len Borgdorff over (gesprekken met) zijn buren. Zie ook de website van de auteur: 
www.lenborgdorff.nl.

Submit to FacebookSubmit to Twitter