door Len Borgdorff, 27 december 2014

 

‘De klas was een wezen’ zou ergens in Bint moeten staan, maar ik kan het citaat niet terugvinden. Toch speelt een stevige variant van die opmerking door mijn hoofd als ik deze grauwe middag door onze straat naar huis loop.
Is onze straat een wezen? Een som der delen van haar bewoners of misschien zelfs meer dan dat? Onderwerpen wij bewoners ons aan de wil van het wezen dat de straat is? Is deze straat een thuis voor wie er woont? Ruikt het hier anders dan in een volgende straat? Misschien is onze straat vooral de straat van een wijk en zijn wij bewoners daarom meer wijk- dan straatbewoners, enkele honderden mensen in een willekeurige straat van zomaar een inwisselbare wijk in een of middelgrote stad.
Ik loop een beetje mismoedig door de straat en kijk naar de kerstversiering. Bijna ieder huis bekent zich wel tot Kerst, maar zo wel een beetje krenterig. Een adventsster, dan heb je het wel gehad.
Geen verlichte kerstman, een uit led-verlichting opgebouwd hertje is de uitspatting hier. De buren hebben een paar lampjes in een boompje in de voortuin. Dat dan weer wel.
Maar dan komt Femke aangereden: een kerstkoningen in overstelpend rood, kleurige balletje in haar haar. ‘Ik ben geen straat,’ denkt de straat. ‘Ik ben een boulevard’ en ze herademt.

 

 

In de rubriek 'Buren' schrijft Len Borgdorff over (gesprekken met) zijn buren. Zie ook de website van de auteur: www.lenborgdorff.nl.

Submit to FacebookSubmit to Twitter