door Ruben Hofma, 14 juli 2014

 

Guido Utermark is een dichter in de marge. In 2009 debuteerde hij bij de verdwenen De Witte Uitgeverij met Ik ben een stad ommuurd door dromen. In 2013 kwam bij Leida een chapbook uit getiteld Medewerker beleidsbeïnvloeding. Onlangs verscheen bij De Opwenteling – een kleine uitgeverij die in 2012 haar vijftigjarige bestaan vierde – zijn tweede dichtbundel Wel verbinding geen contact. Utermark publiceerde weleens gedichten in Passionate Magazine; tegenwoordig vind je zijn gekke, gemaniëreerde werk in Kladblok, een bescheiden uitgave van Stichting de Algehele Aanraking. 

 

 

Utermark lijkt zijn poëzie hier en daar te hebben gebouwd met woordgroepen afkomstig uit reclameadvertenties. Misschien knipt de dichter zinsdelen uit en legt hij ze in zelfbepaalde volgordes onder elkaar. De andere mogelijkheid, die meer voor de hand ligt, is dat hij simpelweg een manier van maf schrijven heeft uitgevonden. In elk geval, al van begin af aan werkt Utermark in zijn gedichten, gevuld met observaties, conclusies en adviezen, met opvallende woorden en zinsdelen. Lees bijvoorbeeld het gedicht ‘Wat eet een Wikipedia-kind?’:

 

Wat eet een Wikipedia-Kind?

Lees gedicht

Wat eet een Wikipedia-Kind?

 

In stilstaand water huist het vogelorakel
het weet niet waar het brood ligt

 

vraag naar de mogelijkheden
vraag naar de voorwaarden

 

de voertaal maakt hongerig
high on multivlaai, 100% feel good
aantal gebeurtenissen 38.823

 

het konijn zucht lucht tussen
de tralies door
drukt op de no-panic button

 

how to call a nurse
C12B Korentang
ligt al klaar

 

bij binnenkomst draagt ze
een experimentele headset
voor ultrasonore toepassingen

 

ze schreeuwt
valt hier nog wat te skypen

 

Guido Utermark

 

Een antwoord op de titel blijft uit, maar logische samenhang tussen titel en gedichtvulling ontbreekt in het werk van deze dichter vaker. De reden voor de bijzondere inhoud van zijn gedichten kan zijn dat Utermark zich verwondert over het ‘Nederlandse’ vocabulaire en zijn klanken, maar meer nog over het leven waarin die begrippen begrippen worden. Utermark kiest juist deze woorden ongetwijfeld om de afstandelijke, robotische sfeer die ze veroorzaken. Wie zijn gedichten volgooit met zeldzame en moderne termen moet daar ongetwijfeld om lachen.

 

Het risico van deze gemaniëreerde gedichten waarin merkwaardige termen volop voorkomen, is dat ze gaan vervelen. Dat ervoer ik toen ik Ik ben een stad ommuurd door dromen las en tijdens lezing van Wel verbinding geen contact ervoer ik het opnieuw. Het gebrek aan interpunctie maakt de tekst bovendien monotoon mededelerig. Het advies is ‘lees met mate’, zoals bij poëzie vaker het beste is. De meeste gedichten zijn absoluut interessant, en mooi. Bijvoorbeeld ‘De duistere wegen van de vooruitgang’. Hoewel hierin evengoed zeldzame termen staan, biedt Utermark ter compensatie concrete beelden en lachwekkende observaties. In het laatste is Utermark bijzonder goed en dat laat hij gelukkig vaak zien in deze bundel. 

 

De duistere wegen van de vooruitgang

Lees gedicht

De duistere wegen van de vooruitgang

 

Ik douch me voor elke wandeling
het lichaam zonder wondweerstand
is een afspraak voor onbepaalde tijd

 

doorkruis dan predigitaal stratenplan
zie met zachte ogen amateurzwervers
voor relaxadressen hurken

 

ze houden hobby’s en vrije tijd
in plastic tassen strikt gescheiden

 

een verre buurman ontsteekt zijn
innerlijke feestelijke verlichting
en treedt op de voorgrond

 

terwijl kinderen in militaire uniformen
enkele straten verderop de zon onder spelen

 

hoe urgent kan verdringing zijn

 

Guido Utermark

 

Het omslagbeeld (een varken met de handen in de zakken, met aan zijn voeten een aantal glazen bolletjes gevuld met kwik) doet sterk vermoeden dat de dichter weinig serieuze bedoelingen heeft. Toch zijn Utermarks gedichten juist wel serieus bedoeld, of ze komen op zijn minst zo over door de vele goedbedoelde adviezen en geruststellende of juist niet-geruststellende observaties, zoals in deze zinnen: ‘wat de meeste mensen bindt / is een gebrek aan ervaring’ (uit ‘Specialisten in hobbyvoeder’), ‘in farmaceutisch geheugenverlies / schrijf je op dat je van haar houdt’ (‘Universele taal’), ‘zelf ben ik liever kok / die diep in de nacht / als humane trilplaat functioneert’ (‘Ergens begrijp ik het wel’) en ‘de tong ligt daarbij plat op de bodem / van de geopende mondholte’ (‘Braken’). Achter de robotische taal schuilt de emotie, zoals in het gedicht ‘Het lichaam als Ding an sich’ (zie onder).

 

Wel verbinding geen contact is eenvoudig vormgegeven. Daarnaast ontbreken biografie, portretfoto, dankwoord, aantekeningen, et cetera. De gedichten volgen elkaar afdelingloos op; alleen een inhoudsopgave is present. De auteur hecht blijkbaar geen waarde aan tierelantijn, maar voelt zich thuis bij eenvoud. Vanuit de eenvoud kan Utermark de wereld om hem heen analyseren en vastleggen als een wereld vol absurditeiten. Dat doet hij effectief, en daarom is deze poëzie in de marge meer aandacht waard. Ter bevestiging een laatste gedicht:

 

Lees gedicht

Het lichaam als Ding an sich

 

De badkamer annex doucheruimte
bevat vele geometrische vormen
die niets met de mens te maken hebben
een beschrijving blijft achterwege
je moet niet overal een zaak van willen maken

 

de slaapkamer is incompleet
maar niet qua meubilair
dit is ruim voorhanden

 

mijn lichaam past zich aan
aan het meubilair
het is niet anders
dit noemen we gemakshalve woongenot

 

het lichaam herinnert zich van alles
waar het zich niet zo gemakkelijk
vanaf kan maken
in het lichaam is informatie
deze is niet altijd nutteloos

 

we zullen zien vermoedt
een deel van de hersenen
dat overal buiten lijkt te staan

 

hier loopt het vast

 

Guido Utermark

 

Guido Utermark, Wel verbinding geen contact. Uitgeverij De Opwenteling, Eindhoven 2014, 56 blz., € 14,50.

Submit to FacebookSubmit to Twitter