door Len Borgdorff, 13 februari 2018

 

‘Jongens, de volgende keer is het uit met het gesim.’ Dat schreef ik Stefan en Timen toen ik ze mijn vorige stukje toestuurde om op de site te zetten. ‘Dan schijnt de zon in mijn column en flitst er een ijsvogel door het verhaal.’ Die vloog me die dag namelijk voorbij. Hij ging sneller over de sloot dan ik over het fietspad. Ik bleef alert, want ijsvogels nemen nog wel eens dezelfde weg terug. Weliswaar bleef het bij dit ene geluksmomentje. Maar het kon een teken zijn, de opmaat voor vrolijkheid en onbedaarlijk geluk. En toen ging Menno Wigman dood, 51 jaar.

 

 

Dat lijkt wel de enige manier om nog een gedicht onder de aandacht te krijgen buiten de kring van idioten die zich met poëzie inlaten: als dichter jong sterven. Rogi Wieg, Joost Zwagerman, Wim Brands en nu dus Menno Wigman. En de cynicus in me mompelt dat het dan niet eens zozeer om hun poëzie gaat maar om het feit dat ze dichters waren, een soort verbale vervaardigers van Ikeahandleidingen. En dan nu dus dood.

De beloftevolle blauwe flits van de ijsvogel maakt dus prompt plaats voor het zwarte rouwlint.

In mijn familie zijn de woorden gevleugeld geworden van Tante Trees. Vanwege de begrafenis van haar man ging ze naar de kapper. Het waaide, maar toen we van de kapsalon naar de auto liepen, barstten de donkere wolken boven ons open. ‘Nu is Kees dood en nu begint het nog te regenen ook!’ jammerde Trees.

Bladerend in Slordig met geluk varieer ik op Tante Trees: Nu is Wigman dood en nu zit ik ook nog met die droevige gedichten van hem. Dat begint al vroeg met het citaat van Slauerhoff boven ‘Rien ne va plus.’ ‘Ik wou dat ik nooit een gedicht had gezien,’ staat er namelijk. Dichters mogen dat zeggen. Ze verslingeren zich aan het aan- en ingeblazen worden door de goden, maar los van het al gememoreerde groepje is er geen hond geïnteresseerd in het product waarvoor ziel en zaligheid geofferd werden.

Maar dan breekt, bij het voorlaatste gedicht de zon door en krijgt het geluk een adres. Dat van de dichter.

 

De zon schuift voor de zon

 

Meer lucide, stralender en gelukzaliger kan het niet worden. Zij het een gelukzaligheid in overbodigheid. En dat is misschien wel de opperste staat van gelukzaligheid.

Het is een prachtig gedicht. Dat geldt voor ieder woord, maar de titel, tegelijk de laatste regel van de eerste strofe, de eerste regel daarvan, en de eerste en laatste regel van de slotstrofe spannen de kroon.

 

Lees gedicht

 

Geluk heeft een adres

 

De zon schuift voor de zon. A day in bed,

hoe heet dat boek ook weer? Niet denken nu,

rust uit. Je hebt vandaag geen mens beschaamd,

laat staan jezelf. Rust uit, het gaat je best:

geluk heeft een adres.

 

Opeens, heel vreemd, een woensdag van oud licht,

je moet naar school en ’s ochtends wrijft een hand

met spuug de slaap uit je ogen, de rij,

de rekenles en daarna water, wit

en heilig zwem je weg.

 

De zon schuift voor de zon. Het is een dag

van koffie, kamerjassen en geluk

om niks. Het water kust de kaden schoon.

Een klas loopt door het licht. Toch mooi dat dit

gedicht niet nodig is.

 

Menno Wigman

 

Op al dat geluk valt het nodige af te dingen, dat zie ik heus wel. Halverwege de eerste versregel al begint de zin: ‘A day in bed,

hoe heet dat boek ook weer?

‘A day in bed,’  is een gedicht van Katherine Mansfield. De ik daarin is een doodsbang en ziek kind in bed. En in strofe twee komen we een kind tegen dat klem zit tussen schoolse verplichtingen waaruit het ‘wit en heilig’ wegzwemt. Het gedicht besluit met de overbodigheid van zichzelf, zoals een tweede zon ook overbodig is, of de eerste overbodig maakt door daar voor te schuiven.

Maar, zei ik al, overbodigheid grenst aan geluk.

 

De achtertuin ligt zwaar te liggen onder kou en dichtgetrokken lucht. Intussen worden uit de grond de dartpijltjes van krokussen opgeworpen, bij honderden. Stuk voor stuk overbodig. Met een maand zijn ze allemaal weg. Ik kijk er graag naar.

 

De ijsvogel, tweede zon, krokus, het wachten op de terugkeer van de ijsvogel, Wigman.

 

 

Menno Wigman, Slordig met geluk. Gedichten. Prometheus, Amsterdam 20163.

‘A day in bed’ van Katherine Mansfield is o.a. te vinden op: http://fleursdumal.nl/mag/katherine-mansfield-a-day-in-bed

Submit to FacebookSubmit to Twitter